dinsdag 27 november 2012

Alleen en samen


Daar staan we dan, bovenaan de heuvel. De zon breekt door en zorgt voor felverlichte kleuren geel, oranje en rood tegen de bergen en in de verte. Onder ons een beekje en verderop begint het dorpje. We lopen door, de heuvel af en komen aan in Ginzan Onsen, dat er net zo sprookjesachtig uitziet als we ons hadden voorgesteld. Het lijkt net een straatje uit een Japanse prent: een beekje met meerdere bruggetjes achter elkaar, met aan beide kanten traditionele gebouwen, sommige met mooie tekeningen erop, andere met geruite schuifdeuren. En dan opeens weer een modern gebouw dat  is ontworpen door een beroemde designer! Toch lopen alle gebouwen mooi in elkaar over, gevolgd door een mooi stukje natuur aan het einde van het straatje. De laatste roze hortensia's van dit jaar, een waterval waarvan het water wild naar beneden kletterde, rotsen waar je met een trap naar boven kon klimmen, mysterieuze herdenkingsplaatsen in grotten met geofferde blikjes frisdrank en vele bomen met blaadjes in de prachtigste kleuren. We moesten aan de ene kant lachen om het bordje: 'pas op voor de beren, vossen, tanuki en apen', maar durfden toch niet verder te gaan... We dronken thee en aten een manjuu (een soort broodje met zoete bonenvulling) in een vreemd cafeetje met paspoppen in kimono en een verkoper in traditionele Japanse kleding met een westerse hoed op. Door de luidsprekers klonk dan weer Franse muziek. Buiten was het koud, maar wij zaten lekker naast de verwarming. Aan de andere kant zaten twee oudere dames ook van een kopje koffie te genieten. We raakten aan de praat en spraken over van alles: Japan, Nederland (waar zij in een reis door Europa ook waren geweest), mijn studie en over Niigata, de prefectuur waar ze vandaan kwamen. Hier en daar speelde ik tolk en soms vond ik het vervelend als ik dingen niet kon vertalen... Maar ik ga m'n best doen dit jaar! We  liepen samen een sobarestaurant binnen, waar ik begreep dat we te laat voor de lunch waren... En toen bleek dat overal in het dorpje de keuken al dicht was! Met een lege maag jammerde ik tegen de mevrouw in het informatiekantoor dat we ZO'N honger hadden! Met een belletje naar één van de restaurants met de mededeling dat wij toch maar onwetende buitenlanders waren, bleken we toch terecht te kunnen in het restaurant waar we eerst waren. En zo bracht een beetje assertiviteit ons naar een tafeltje voor het raam met een kom dampende noedels voor ons en uitzicht op het inmiddels donker geworden Ginzan Onsen. De lichtjes begonnen te branden, het begon te regenen en wij zaten lekker warm binnen.
We zijn met de berg Zao opgegaan, de grote berg in de buurt van de stad. Naarmate we verder met de bus omhoog klommen, werd het steeds kouder. Eenmaal op de berg hadden we veel zin om in een warme onsen te gaan, waar we dan ook uren doorbrachten. Soms weer even het hete water in, dan er weer even uit. Het vreemde is dat als je een tijdje buiten in de onsen hebt gezeten, het buiten niet koud meer is als je er weer uit gaat. Je lichaam gloeit van buiten en van binnen. Daarna waren we loom en sloom en konden we genieten van het uitzicht op de weg terug. De berg, de bomen, de onbesneeuwde skipistes, het beekje onder ons waar het grijze, stomende onsenwater wegliep. We hebben een prachtige zonsondergang gezien. De zon zakte langzaam weg in de horizon en verlichtte het pad voor ons in oranje tinten. Toen we met de bus de berg afreden, scheen de zon in vlagen langs de gekleurde bomen heen, wat ze nog feller deed oplichten en zorgde voor een vlammenzee aan kleuren. Een heleboel "Oooh"s en "Aaah"s klonken in de bus. Op dat soort momenten heeft het geen zin om foto's te maken... Ik kon alleen maar naar buiten kijken.
Die avond zijn we met z'n drieën uit eten gegaan in een traditioneel restaurant, dat er op het eerste gezicht exclusief uitzag. Toch bleek het heel betaalbaar te zijn en wat was het eten toch mooi en lekker! Akiko en ik namen 'Buchi-donburi', een kom rijst met een sashimi van vis erop die ik nog niet eerder had gegeten, maar heel zacht en superlekker was. Mama had een donburi met rundvlees uit Yamagata erop. Ze zei dat het eerste keer was dat ze 'echt' rundvlees had geproefd... Natuurlijk waren er, op z'n Japans, ook een heleboel bijgerechten die in kleine kommetjes en schaaltjes werden opgediend en stuk voor stuk even smaakvol waren. Ondertussen werden we een aantal keer onderbroken door de eigenaar van het restaurant, een oud mannetje dat zeer opgewonden was over onze komst uit Nederland. Hij vertelde over zijn aanzienlijke functie in Yamagata, over het gerechtshof in Den Haag, professor huppeldepup en professor happeldepap en liet ons een boek zien over deze belangrijke historische personen. Hoewel het veel te moeilijk was, gaf hij het aan mij en vroeg hij of ik het alsjeblieft wilde studeren... ik stond met m'n mond vol tanden. Na de tiende onderbreking van onze maaltijd "Sorry to interupt your lovely meal..." en duizend buigingen voelde ik me een beetje opgelaten. Akiko kon haar lachen niet meer inhouden en ook bij mij begon zijn aandoenlijke enthousiasme op m'n lachspieren te werken... Ooit zullen we zijn boek terugbrengen.
Ook ben ik met mama naar Yamadera geweest, een prachtige tempel bovenop een berg, waarvoor je wel achthonderd treden moet beklimmen om hem te kunnen zien! Zowel de klim ernaartoe als de tempel zelf waren geweldig! Bovenop hadden we prachtig uitzicht over de bergen en de dorpjes beneden. De lucht was stralend blauw met witte wolkjes die in rechte lijnen langs elkaar in de lucht dreven. Voor één van de tempels stond een bankje, waarop we even uitrustten en keken naar dit uitzicht, en het andere tempelgebouw dat bovenop een klif boven de andere gebouwen uitsteekt. We zagen vermiljoenrode esdoorns met daarachter vele gaten in de eroderende, mysterieus aandoende berg, waarin Boeddhabeeldjes waren neergezet. Later hoorde ik van Yuu-sensei dat deze berg heel heilig is en dat mensen daarom aan de bergen niet alleen beeldjes, maar ook hun eigen haar en zelfs stukjes van hun tanden doneren. Alles voor een mooi hiernaalmaals blijkbaar... Als tegenstelling op het indrukwekkende uitzicht, zagen we voor ons ook een tuintje, met fijne bloemetjes in felle kleuren, zoals paarse cosmea. Kleine schoonheid tegenover grote schoonheid.
Er zijn vele mooie momenten geweest samen en juist daardoor was het zo moeilijk om afscheid te nemen. Van tevoren dacht ik dat het wel mee zou vallen, maar als je met z'n tweeën zoveel hebt meegemaakt en dan weer afscheid moet nemen, blijkt het toch wel moeilijk te zijn. De eerste dag was ik alleen en dus niet vrolijk. Ik moest even opnieuw inzien hoe fijn het is om hier te zijn. Gelukkig gebeurde dat al gauw genoeg, dankzij de mensen om me heen en de manier waarop Yamagata al vertrouwd is. Ik kan genieten van de wandeling naar de universiteit, het lijkt wel of ik elke dag iets nieuws zie. Iedereen die ik tegenkom gaat ergens naartoe, overal waar ik langskom gebeurt wel iets. Grappige tuintjes met de vreemdste sculpturen, oude houten huizen die zowel armoedig als charmant zijn, moderne huizen met grote glazen ramen en bamboestengels ervoor, kaki's die hangen te drogen aan een soort waslijn, een doos aubergines op de stoep die vers uit een moestuintje zijn gehaald. Niemand zal dat soort dingen blijkbaar stelen... Wanneer ik mezelf betrap op dit soort gedachten snap ik dat waar ik vandaan kom misschien ook niet zo geweldig is... Mensen zijn hier dan ook verbaasd wanneer ik vertel dat je in Nederland s'nachts niet als meisje alleen over straat kunt, mensen uit je tas zullen stelen als je hem even ergens laat staan en dat er vaak afval of kauwgum op straat ligt. Toch hou ik mijn tas in de gaten en vraag ik altijd of iemand even met me mee wil lopen als ik s'avonds terug naar huis ga. Wij Nederlanders zijn immers 'een volk van wantrouwen'...
Hoewel ik alleen woon, ben ik nooit echt lang alleen. Zo heb ik afgelopen tijd veel onverwachtse ontmoetingen gehad en daardoor veel onverwachtse, typische ervaringen. Zo heb ik samen met een paar Thaise studentes en een paar Japanse jongens in een ontplofte studentenkamer aan een kotatsu (tafel met een verwarmingselement) gezeten en uren achter elkaar Mariokart en kaartspelletjes gespeeld die eindeloos lang duurden en waarbij nooit iemand won. De jongens waren heel enthousiast en wilden maar verder spelen, terwijl wij elkaar op een gegeven moment zaten aan te kijken en mijn kont pijn begon te doen van de harde vloer. Het was leuk, maar op het laatst werd het een beetje ongemakkelijk...
Ook heb ik de katholieke basisschool bezocht tegenover ons huis, waar ik door een groepje overenthousiaste (en gedeeltelijk ietwat baldadige) kleuters over het schoolplein werd getrokken om vervolgens hun lunchritueel van onigiri maken, bento's vullen en thee zetten mee te kunnen maken. Met grote ogen stonden ze voor me, sommigen hielden sprakeloos en verlegen mijn hand vast, anderen waren heel spraakzaam en probeerden hun eerste Engelse zinnetjes uit: "Hello! How are you? What is your name?" Ze waren zo schattig... Binnenkort wil ik ze zeker weer bezoeken en foto's van Nederland laten zien!
Dan zat ik weer in een kringetje in een klein, maar knus appartement van een sempai (ouderejaars) die door haar kouhai (jongerejaars) op haar wenken werd bediend en beleefd werd aangesproken. Het was een hiërarchie die ik nog niet eerder had opgemerkt, maar hier toch meekreeg. Terwijl de jongens de warme nabe (hotpot) in bakjes schonken, waren de meisjes aan het kletsen en chocola aan het eten (blijkbaar is snoepen tijdens het eten in deze situatie niet raar). Gesprekken over de studie, het buitenland, Japans eten en bizarre eetcombinaties die mij werden aangeraden (somennoedels met melk en sojasaus?!), sociale media, muziek, huiswerk (Engelse zinnetjes die ik probeerde na te kijken). Sommige gesprekken kon ik moeilijk volgen... het blijft moeilijk, Japans. En vooral de manier waarop mensen het spreken, zo leer je het niet snel op de universiteit. Ik was de enige buitenlander, maar voelde me er daardoor niet buiten vallen. Er was een fijne sfeer, iedereen was aardig en het eten was lekker. Met een goed gevoel ging ik naar huis... Allemaal momenten en ervaringen die me zullen bijblijven.
En ondertussen heb ik nog zoveel meer meegemaakt, maar gewoonweg geen tijd om het allemaal op te schrijven... Daarom schrijf ik de volgende keer meer! Alvast verklap ik: ik heb een echte furisode aangehad, mijn eerste ervaringen in het onderwijs meegemaakt, een kokeshipoppetje beschilderd en ben met de boot langs een eilandengroep gevaren langs de kust van Sendai... allemaal geweldige dingen waar ik nog veel meer over wil vertellen!

zaterdag 27 oktober 2012

Zou het vandaag weer zonnig zijn..?

Vanochtend kleedde ik me warm aan: een wollen vest aan, een warme legging, kousen, een sjaal om, een jas aan en naar buiten. Sinds gisteren is de koude gure herfst toegeslagen in Yamagata... het zal alleen maar kouder worden, totdat we ons niet meer kunnen bewegen in een dik pak sneeuw... dacht ik. Buiten bleek de lucht hetzelfde te zijn als toen ik hier pas aankwam. De rode herfstblaadjes waren sterk in contrast met de felblauwe lucht. Het zonnetje scheen. En terwijl ik het verschil tussen de Japanse partikels 'wa' en 'ga' probeerde te begrijpen, kreeg ik het zo warm in die zonnige collegezaal! Steeds denk ik dat het gewone leven in Yamagata is begonnen, maar toch blijkt elke dag een verrassing te zijn.



Met de trap naar beneden liepen we naar de kelder van het museum. Bij de ingang lagen een aantal zaklantaarns en beneden was het heel erg donker... gewapend met een lantaarn gingen we naar beneden, naar het hol van de beer. Daar stond hij dan: een kar in de vorm van een boze beer met een zitje voorop en met twee handvatten achterop als een soort kruiwagen. "Ga maar zitten" zei Ayaka en een beetje lacherig ging ik voorop zitten. Ze duwde me naar voren, door allerlei beschilderde doeken heen, als een soort wasstraat. Wild scheen ik met de zaklantaarn om mij heen, op de figuren op de doeken en de vreemde attributen, zoals mysterieuze pluchen beesten, hoeden van het Hanagasa matsuri en nog meer dingen die leken te verwijzen naar de cultuur van Yamagata. We waren bij de tentoonstelling van Arai Ryoji, een kunstenaar die in Yamagata geboren en getogen is en de liefde voor zijn thuisprefectuur in veel van zijn kunst toont. Zo ook in zijn boek 'Asa ni natta no de mado wo akemasu yo' (omdat het ochtend is geworden, doe ik het raam open ), waarin de kleurrijke, impressionistische schilderijen van bloemen, bergen en huizen van het papier lijken te knallen. In elke grofgeschilderde tekening zijn ook kinderen te vinden, heel fijntjes getekend, uit het raam kijkend naar het uitzicht om hun heen. Sowieso is het kind en het kinderlijke snel terug te vinden in zijn werk, zoals meer Japanse kunstenaars van tegenwoordig zoals Yoshitomo Nara en Ayako Rokkaku. Achter het kind blijkt vaak een diepere gedachte te schuilen. Ayaka en ik gingen naar buiten, waar kinderen een spelletje speelden op een bontgekleurde mat met supergrote gekleurde dobbelstenen. Ze leken veel plezier te hebben en ongegeneerd speelden we een spelletje met ze mee. De zon begon lager te staan en we liepen terug naar de auto. "Heb je zin om mee te gaan tennissen?" vroeg Ayaka opeens. Ik vond het heel leuk dat ze me uitnodigde, maar wist even niet hoe ik moest reageren.



Met een paraplu boven ons hoofd liep ik samen met de andere internationale studenten over een klein trappetje naar beneden, we bukten en gingen de lage boot in. Naast ons lag een schoenenbak waar we onze schoenen achterlieten. Toen één tree naar boven, op onze sokken liepen we gebukt over de tatamimatten, die fijn onder onze voeten voelden. Van het begin af aan was ik al blij dat ik me had ingeschreven voor deze gratis reis, die mogelijk werd gemaakt door een groepje oudere dames die met hun ladies club culturele uitwisselingen steunen. "Elk jaar kijken we weer naar deze reis uit," zei één van hen tegen mij en ik kon me het heel goed voorstellen. Zittend op de tatamimatten keek ik om me heen, overal om me heen waren er ramen, die de lage boot toch heel ruimtelijk maakten. Toen de boot ging varen keken we onze ogen uit: overal om ons heen woest water, bergen, rotsen, watervallen, mystieke plekken en af en toe een rode torii met een vaag zichtbare tempel erachter. De regen tikte zachtjes tegen het raam en zorgde voor een knusse sfeer. Vooraan de boot stond een oud mannetje in traditionele kleding, een hoed op en een tekening van een mandarijneend op zijn rug. Met een sterk accent liep hij verhalen en grapjes te vertellen. De dames lagen vaak in een deuk, de internationale studenten niet. Onverwachts zette hij opeens een dramatisch lied in met harde uithalen, waarbij ik even niet kon geloven dat het zijn eigen stem was. Nee, je weet hier nooit wat je kunt verwachten... 


En zo was ik ook verbaasd toen we bij het Dalia park aankwamen in Kawanishi-cho, tijdens één van de excursies van Yuu-sensei, onze enthousiaste docent van 'Japanese Culture', een college waarvoor we nog nooit in een collegezaal hebben gezeten. Een enorm park met dalia's in alle kleuren en vormen die je maar kunt bedenken, soms vreemd en ingenieus, met vele kleine ronde blaadjes van binnen naar buiten, waarbij je moeilijk kunt geloven dat de natuur dat echt zelf heeft gemaakt. We kwamen bij een veld met bloemen aan, met een lange tafel ervoor met vele snoeischaren erop. We kregen uitleg van de mensen van het park. Dit veld is speciaal bedoeld voor bezoekers die zelf dalia's willen knippen en als een boeket mee naar huis willen nemen. En dat wilde ik ook heel graag natuurlijk, ze waren allemaal zo prachtig! En zo ging ik met mijn snoeischaar het bloemendoolhof in, waar ik bij elke soort twijfelde of deze mooi genoeg was voor mijn verzameling of niet. Het resultaat was een boeketje van mijn favoriete kleuren paars, roze en wit, sommige met meerdere kleuren in één bloem. De mensen van het park deden erg hun best en pakten alle bloemen voor ons in met papier en plastic en een beetje water onderin, zodat ze het even uithielden. Met een bosje bloemen in de ene hand en een uniek Kawanishi rode-bonen softijsje in de andere hand, zat ik op het terras van het park, met het laatste zonlicht in mijn gezicht. Voor mij zat Ilona (mijn buurvrouw uit Estland) en naast mij zat een goede vriend van Yuu-sensei, zijn vrouw en twee zoontjes die libelles aan hun vleugels konden oppakken met één hand en die hun ijsje graag met mij wilden delen... zo schattig! "It was a really good idea to buy ice cream,' zei Ilona.  Ik dacht precies hetzelfde...

6 uur. Het is al donker. Ik sta voor de eerste keer in mijn leven op een tennisbaan met een racket in mijn hand. In Japan, in Yamagata, met overal bergen om mij heen. "Risanne-chaaaaan!" klonk de ijselijke gil van mijn medespeelster naast mij toen de groene bal mijn kant opkwam. Als een wilde sloeg ik om mij heen. Hij was zowaar raak... "Naisshoooooo!" Dit was een woord dat ik die avond van alle kanten hoorde wanneer een bal op een goede of minder goede manier raak was. Blijkbaar is het gewoon de Japanse uitspraak van 'Nice shot', maar ik beschouwde het als het nieuwe Japanse woord van de avond. Daar stonden we dan met z'n vijven op die verlichtte tennisbaan, behalve Ayaka waren we allemaal amateurs en speelden we tennis op een manier zoals je nog nooit gezien hebt. De jongens met dramatische kreten en slidings, die me nog het meest deden denken aan een Japanse film over vechtsport. De manier waarop ik de bal sloeg deed nog het meest aan honkbal denken, met helaas een heleboel home-runs. Toch was het een hele gezellige avond en iedereen was zo aardig voor elkaar. Op een paar niet al te serieuze verwijten na ("Kare wa Craaaazy!", oftewel hij is gek). In de auto op weg naar huis kletsten we nog een beetje. Ayaka verontschuldigde zich en zei dat ze voor haar onderzoek tijdelijk naar Tokyo gaat. Ze weet niet wanneer ze terugkomt.
Saori moest lachen toen ik vroeg of zij soms de theeceremonie-sensei was. "Nee, ik maak alleen de thee!" zei ze, terwijl ze de houten schuifdeur opentrok en we met z'n drieën het traditionele theehuis binnen konden gaan. Schoenen uit en op de verhoging stappen, op de tatami matten. Langs het voorkamertje waar een paar meubels en een grote pot stonden door de rechter deuropening naar een grotere kamer. Hier zagen we de echte theeceremonie-sensei, een mevrouw op leeftijd met een indrukwekkende uitstraling die rechts vooraan in een hoekje zat. Akiko en ik gingen in het midden van de kamer in seiza (op onze knieën) zitten, zoals de bedoeling is bij een Japanse theeceremonie. Van de sensei kregen we ieder een vierkant kussen, die we achter onze knieën konden neerleggen, wat de seiza makkelijker zou maken. Saori was inmiddels verdwenen en in het kamertje achter ons hoorden we gerommel. Zwijgzaam keken we om ons heen. De kamer oogde oud en leek helemaal van hout gemaakt te zijn, met schuifdeuren aan de linkerkant. Het was een bepaalde houtsoort dat lekker rook. Naast ons was er een alkoof, waar een bloemstuk met cosmea stond (de paarse bloemen die we in Cherryland in het veld hadden gezien) en een calligrafische schildering aan de muur hing. Toen kwam Saori opeens tevoorschijn in een prachtige kimono met bloemen erop. Geconcentreerd voerde ze iedere handeling uit: het dragen van de pot, het netjes neerleggen van de materialen, het maken van de thee, het inschenken van de thee, het serveren van de thee, alsof ze over alles diep na moest denken. Ondertussen vertelde de theeceremonie-sensei over de lange studie die ze achter de rug heeft en de vele reizen die ze heeft gemaakt, onder andere naar Nederland wel veertig jaar geleden. Ze raakte niet uitgepraat over de prachtige tulpen in Nederland. Terwijl ze vertelde genoot ik van het zoete esdoornbladvormige snoepje en de bittere thee erna, die een perfecte smaakcombinatie vormden. En van de mooie kamer, de geur, de aandachtigheid voor het moment, de levenslustigheid van de oude mevrouw die zoveel te vertellen had en het feit dat dit een uniek moment was zoals ik niet snel in mijn leven weer zal meemaken. Vlak voordat we vertrokken kreeg ik een souvenirtje van de sensei: tulpen gemaakt van chirimen (kimonostof). Een beetje Japan en Nederland bij elkaar...

woensdag 10 oktober 2012

Yama wa ikite iru! Een leven tussen de bergen...

De blaadjes aan de bomen beginnen steeds roder te kleuren en binnenkort zullen de groene bergen ook veranderen in een mengeling van mooie herfstkleuren. Elke dag als ik met de fiets de heuvel op ga naar de universiteit, geniet ik van de natuur, de mooie straten van Yamagata, de leuke tuintjes en (vaak nog steeds) het lekkere weer. De fiets heb ik samen met Ayaka en Akane gekocht, mijn mentrixen die mij s'avonds opeens opbelden omdat ze opeens een aanbieding zagen bij een fietsenwinkel die alleen voor die avond gold! Zo lief van ze! En nu ben ik de trotse eigenaar van de fiets met de roze bloemenslinger om het stuur die ik altijd rechts vooraan bij de ingang van de universiteit 'parkeer'. Ik heb al veel gefietst door Yamagata, het gaat een stuk sneller zo om de boel te verkennen! Bergen, huizen, statige westers ogende gebouwen en vooral veel groentewinkels, sommige netjes geordend met iedere appel en peer een eigen 'jasje', andere superslordig met alles door elkaar heen gesmeten en een winkeleigenaar die spoorloos is (mysterieus)!
Het oude gemeentehuis van Yamagata, in westerse bouwstijl.
De poort onder de buitenste stadsmuur door.
Maar mijn leukste fietstochtje was nog wel naar het Kajo park, waar ik een bezoekje nam aan de oude stadsmuren van Yamagata. Over de houten brug fietste ik over de gracht heen, langs de buitenste muur, naar de andere kant van het park. De binnenste muur was ook zichtbaar, maar hier kon je niet naar binnen. Vroeger stond hier het kasteel van Yamagata en binnenkort gaan ze beginnen aan de herbouw van het kasteel... ik ben benieuwd hoe het eruit gaat zien! Ik zette mijn fiets neer bij een hek en liep over een pad door een grindtuin, langs het beeld van een historische held naar een imposante poort. Daarnaast kon je met de trap naar boven, een kijkje binnenin de fris ogende witte stadsmuren nemen. Hier was tot mijn verbazing een museum over de geschiedenis van Yamagata als kasteelstad. Een aardige oude man die er als vrijwilliger werkte probeerde mij in eenvoudig Japans de hoogtepunten van de geschiedenis van Yamagata uit te leggen. Al gauw ging het gesprek over op andere onderwerpen, zoals studeren in het buitenland en de uitgebreide reis naar Europa die hij in zijn jonge jaren heeft gemaakt. Vooral over Nederland was hij tegen mij natuurlijk erg enthousiast: "In Nederland zijn de tulpen, de molens en vooral de vrouwen heel mooi!". Op mijn reactie dat heus niet iedereen in Nederland heel mooi is, moest hij lachen. Als laatst keken we naar een film over Yamagata in de vier seizoenen... vooral als de kersenbloemens bloeien zal het hier zo mooi zijn in het Kajo park! Bij ons afscheid wenste hij me veel succes met m'n studie in Yamagata. Grappig hoe je toch leuke ontmoetingen en lange gesprekken kunt hebben met mensen, ookal ben je alleen... of misschien juist wel doordat je alleen bent begonnen!
Deze foto is gemaakt door Ayaka. Het laat echt de sfeer van die avond zien!
Jawel, een echte verjaardagstaart!
Al gauw kreeg ik het steeds drukker, een wervelwind aan informatie, ontmoetingen, beslissingen, huiswerk en leuke dingen! Eén van de hoogtepunten was mijn verjaardag op 4 oktober, waarvan ik van tevoren had bedacht dat ik het dit jaar maar niet (of nauwelijks) zou vieren. Ik ben immers nog maar pas in Yamagata en ik zal nog wel helemaal niemand kennen... Op het moment dat mijn mentrix Ayaka en ik bij Softbank (een telefoonwinkel) zaten om de papieren te tekenen voor mijn mobiele telefoon, moest ik mijn geboortedatum invullen. Ayaka keek goed mee en ik zag haar gezicht oplichten toen ik deze cijfertjes had opgeschreven. We bleken op dezelfde dag jarig te zijn! En zo werd ik bij het lokaal van Kobayashi-sensei (mijn kunstdocent en adviseur) die avond verrast met een compleet verjaardagsfeestje! We hadden hier afgesproken, maar ik wist nog niet wat ik kon verwachten... Die avond maakte ik kennis met veel vriendinnen van Ayaka, allemaal kunststudentes die ieder hele andere persoonlijkheden hadden, maar toch heel goed bij elkaar pasten en op een hele leuke, ongedwongen manier met elkaar omgingen. Ook namen ze mij en Dave (de gasten) heel goed op en we hebben die avond hele gezellige, grappige en interessante gesprekken gehad! Ook hebben we samen het hele whiteboard van het klaslokaal ondergetekend met een onsamenhangend kunstwerk (de zogenaamde wondervogel), een cartoon van mijzelf door Ayaka, een uitleg over het Nederlandse alfabet door mij en vreemde kanji-interpretaties van mijn naam. Samen hebben we heerlijke imoni (aardappelstoofpot uit Yamagata), curry udonnoedels, een boel lekkere en bijzondere snoepjes, een pompoen verjaardagstaart en een zelfgebakken appeltaart (door Akane's moeder) gegeten. De spanningen liepen hoog op toen iemand met het idee kwam om armpje te drukken met Dave... uiteindelijk heeft niemand van hem gewonnen, ook Kobayashi-sensei niet. De merkwaardige hoofddeksels die op die avond gedragen werden (inclusief ijsbeer), de handpoppen die rondgingen, het kleine dansoptreden, het kijkje in het atelier van Nao (waar hele mooie etsen en andere kunstwerken verstopt lagen) en de mooie (persoonlijke) cadeaus die ik had gekregen, maken het plaatje compleet... een verjaardag die ik nooit zal vergeten!
Samen imoni maken!
Aan de woest stromende rivier picknicken...
Itadakimasu!
Inmiddels heb ik ook een paar uitstapjes buiten Yamagata-stad gemaakt en daarmee kennis gemaakt met de prachtige natuur van de omgeving. Zo ben ik samen met de Japanse cultuurklas te gast geweest bij een gezin in een dorpje ten noorden van Yamagata, waar we helemaal 'back to nature' gingen. De aardappelstoofpot die we op traditionele wijze aan de oever van een rivier hebben gegeten, was gemaakt van aardappels die we zelf uit de grond hadden getrokken en uit elkaar hadden gehaald, zelf hadden gewassen, geschild en gesneden. En wat smaakte het toch heerlijk, met het idee in je hoofd dat je zo bij je eigen eten betrokken bent geweest! Op een matje op het gras zaten we naast elkaar met een kommetje stoofpot, een glas ijsthee en af en toe gingen er appel en perzikenpartjes rond, die ieder heerlijk zoet en sappig waren! We deden spelletjes met elkaar en klommen over de drijvende rotsen naar de andere kant van de rivier (niet geheel droog trouwens). Ik staarde naar het stromende water, de kleine visjes die hierin zwommen, de bergen erachter, de felgekleurde roze en blauwe huisjes in de verte...
Samen koude sobanoedels eten in het sobarestaurant.
Ik mengde goed met de bloemen die dag!
Dezelfde soort momenten heb ik gehad toen ik gisteren met Akiko op pad ging. Samen gingen we met de auto naar Sagae, een plaatsje vlakbij Yamagata dat beroemd is om de kersen en het andere mooie fruit. Daar gingen we naar Jion-ji, een prachtig tempelcomplex in de heuvels. Het was heerlijk weer en de blauwe lucht en het zonlicht maakten het groen, de knalrode bloemen langs de tempels en de mooie oude houten gebouwen en de indrukwekkende pagode nog mooier. We hebben er wierook gebrand, de bel geluid en gebeden voor goed geluk. We hebben heerlijk gegeten in een traditioneel sobarestaurant vlakbij het tempelcomplex, dat vanbuiten een gesloten indruk maakte maar binnen heel levendig was. Aan een lage tafel aten we de voedzame boekweitnoedels en de tempura, terwijl we de enorme collectie blauw aardewerk bewonderden (Delfts blauw is hiervan afgeleid), waarvan ze wel 1200 exemplaren hadden! Op ons gemak gingen we daarna met de auto naar Cherryland, een paradijs van fruit, fruitsnoepjes en ander lokaal eten, waar ze ook heerlijke ijsjes verkochten. Met onze kersenijsjes in de hand, liepen we achter het gebouw langs naar de picknickplaats, wat waarschijnlijk één van de mooiste plekken was waar ik tot nu toe ben geweest! Eigenlijk was het heel eenvoudig: een rivier met stenen aan de oever waar kinderen een spelletje steentje scheren speelden, een grasveld waar vele families en vrienden samen imoni kookten en aten en genoeg ruimte om samen te sporten. Er werd volop genoten van het weer, honkbal gespeeld en plezier gemaakt. Maar het mooiste van alles was het enorme cosmos-bloemenveld, waar onwerkelijk veel paarse en witte bloemen door elkaar heen in volle bloei stonden en samen een enorme felpaarse bloemenzee vormden! Ik heb er zo lang naar gekeken en van genoten. Over het hek, door het bloemenveld heen (had er het liefste in willen liggen!), naar de rotsen, die we (heel avontuurlijk) overstaken, om bij de rivier mee te doen met steentje gooien en te genieten van het stromende water en de bergen in de verte. Maar eerst aten we ons ijsje op, zittend op een paar grote rotsen, kijkend in de verte. Akiko vertelde mij dat dit één van de redenen is waarom ze van Yamagata houdt. Thuis en op de universiteit lijkt alles zo gewoon, het dagelijkse leven. Alsof ik hier al heel lang ben. Maar op dit soort momenten besef ik dat ik hier ben en nergens anders wil zijn.


woensdag 26 september 2012

Mandarijneend in Tokyo

Buiten was het al licht geworden. De zon komt hier altijd zo vroeg op. Opgewonden en ook een beetje zenuwachtig keek ik nog een laatste keer naar m'n spullen en ging na in mijn hoofd of ik alles had ingepakt. Vandaag moest ik voldoen aan één van de verplichtingen van de stichting die mij dit jaar studeren in Japan mogelijk maakt... maar het voelde niet als een verplichting. In tegendeel, ik had er erg veel zin in! En zo zei ik s'ochtends vroeg Yamagata vaarwel voor één dag en ging ik met de razendsnelle shinkansen dwars door het groene landschap heen terug naar Tokyo, waar ik al gauw in een stroming van mensen belandde die allemaal met een duidelijk doel voor ogen doorliepen. Ik daarentegen was steeds aan het rondkijken waar ik nu weer moest overstappen, waarbij ik wel eens tegen de stroming inliep en moest oppassen dat ik tegen niemand opbotste. De sfeer in Tokyo is aan de ene kant hectisch vergeleken met Yamagata, aan de andere kant juist levendig en geweldig om mee te maken. Het trein en metronetwerk is ingewikkeld, maar alles staat zo duidelijk aangegeven met karakters, letters, kleuren en pijlen, dat ik al gauw de weg kon vinden. Eerst met de JR Yamanote lijn naar Shimbashi, daar overstappen op de Tokyo Metro Ginza Line naar Tameikesanno en daar weer overstappen op de Tokyo Metro Nanboku Line, om uiteindelijk op het station Roppongi Icchome uit te komen. Ondertussen genoot ik van de stadse sfeer, de vele verschillende mensen die in en uitstapten, de kleurrijke reclameposters in de metro. Ik wist toen nog niet dat ik op zo'n mooi metrostation zou uitkomen! Het was er supermodern en ruimtelijk, met glazen wanden en met uitzicht op de binnenplaats van de Izumi Garden Tower, een luxe gebouw met winkels, restaurants en appartementen. Bij de eerste uitgang die ik kon vinden ging ik naar buiten en keek om me heen. Veel hoge, moderne gebouwen, maar waar als eerst mijn oog op viel, bleek de juiste te zijn. 'Mori' stond er met westerse letters bovenaan de wolkenkrabber, dat moest wel Arc Mori Tower zijn!
Het metrostation Roppongi Icchome met Izumi Garden Tower ernaast.
De ingang van Arc Mori Tower. Heel stads, maar toch omringd door groen.
En daar zat ik dan, op een bankje achter een grote fontein op de binnenplaats. Om me heen te kijken naar zakenmensen die op een lollige manier een groepsfoto maakten op een trap, blije spelende kinderen, oude mensjes die musjes brood voerden, de westers uitziende klok in het midden, de verschillende (lege) terrasjes, een eclectisch bouwwerk van Romeinse zuilen en metaal dat een poort moest voorstellen, het groen op het dak en de vele vogeltjes die af en aan vlogen (er is een beschermde vogeltuin op het dak) en formeel geklede buitenlanders die serieuze gesprekken voerden of op hun horloge keken. Terwijl ik genoeg te zien had, keek ik nog een laatste keer naar mijn schriftje met woordjes en zinnetjes en probeerde ik geforceerd nog een beetje keigo (beleefd Japans) in m'n hoofd te krijgen, hoewel ik eigenlijk wist dat keigo en zenuwen niet samengaan. Ik was blij dat het bijna twaalf uur was... Met pijn in m'n oren schoot ik met de lift naar boven, naar de 33ste verdieping van Arc Mori Tower. Gelijk voor mijn neus zag ik een deur waarop 'Heiwa Nakajima Zaidan' stond. De komende paar uur heb ik een mapje gekregen met de informatie en verplichtingen van de stichting, heb ik kennis gemaakt met een studente uit Taiwan die nu in Osaka studeert (we waren dus met z'n tweeën op bezoek), heb ik heerlijke sushi en een soort appelflap als toetje (net Nederlands haha!) gegeten samen met de mensen van de stichting en heb ik geprobeerd om zoveel mogelijk te praten. Er vielen wel eens stiltes, maar zodra één van de mannen aan mijn kant van de tafel begon over Nederland en Japan, Yamagata en waarom ik interesse heb in Japan, wist ik wel iets te vertellen. Ze waren allemaal aardig en geïnteresseerd. Sommigen begonnen over Nederlandse woorden in het Japans zoals 'ryukusakku', anderen begonnen Japanse taalgrapjes te maken die wij niet begrepen. Ondertussen keek ik wel eens langs hen heen naar het raam voor mij, waarachter een uitzicht van heel Tokyo lag, met de rode Tokyo Tower heel dichtbij. Het was prachtig. En heel bijzonder om daar te mogen zijn! Om iedereen te bedanken had ik een souvenirtje meegenomen uit Nederland en Yamagata: kruidnoten en kersencakejes! Aangezien Japanners een cadeautje niet meteen uitpakken wanneer de gever er nog bij zit, kan ik alleen maar hopen dat ze het leuk vonden... Met gemengde gevoelens zeiden we gedag en gingen we met z'n tweeën naar beneden. Opgelucht, nog steeds een beetje gespannen, maar wel tevreden over vanmiddag.
Daar zat ik dan, ergens bovenin!
Onderdoor richting de binnenplaats.
Een vreemde mix van modern westers en oud Romeins...
Na veel gekletst te hebben en onze namen te hebben uitgewisseld (voor op facebook), zeiden we elkaar gedag op Shimbashi. Zij ging terug naar Osaka, ik had nog plannen in Tokyo... en dat was het plan om er nog even te zijn! Zo liep ik spontaan tegen een boekenmarkt aan op het plein voor het metrostation van Shimbashi. En daar was zoveel te zien: moderne romans, oude versleten stripboeken en prentenboeken, kookboeken, woordenboeken, hobbyboeken (vooral knutselen en origami), kunstboeken, posters, Japanse prenten, oude lp's en cd's (vooral klassiek en jazz), reisgidsen, vergeelde ansichtkaarten van vroeger uit verschillende plaatsen in Japan, advertenties van oude films, woordenboeken, tijdschriften en ga zo maar door. Na heel lang neuzen door het doolhof van kraampjes, ging ik met een mooie prent met mandarijneenden erop en een boek 'Shinpuru Hitori Kurashi' (eenvoudig op jezelf wonen, wel toepasselijk!) in mijn tas naar het  treinstation Shimbashi, waar ik de trein nam naar Ueno. Hier was ik van plan om om 18.17 op de shinkansen te stappen, wat betekende dat ik nog twee uur de tijd had om naar het Ueno park en Ameyoko-cho te gaan! En zo liep ik door het Ueno park, wat helemaal in het teken stond van 'Tokyo Green 2012', al wist ik niet wat dat precies was... in ieder geval waren er mooie bloemen geplant en gekleurde vlaggetjes opgehangen in de bomen. Op de meeste plekken was het erg druk, op sommige plekken was het weer heel rustig. Zoals die kleine, verborgen shinto-schrijn met verschillende kleine, rode torii en een paar trappen naar beneden als ingang. Hier ontmoette ik vosjes met rode sjaaltjes en mysterieuze, donkere gangetjes achter de gebouwen die een beetje verlicht werden door rode lampions. Ik had er graag willen kijken, maar durfde niet... En toen stond ik daar, bij die andere mooie tempel die omringd werd door waterlelies! In de zomer bestonden ze uit enorme groene bladeren met prachtig roze bloemen, groeiend en bloeiend! Nu waren de grote groene bladeren het enige wat er nog van over was, want de roze bloemen waren veranderd in grijze douchekoppen. De zomer is voorbij...
De boeken (en van alles) markt!
Nu moet het mij wel gaan lukken hoor, op mezelf wonen!
Oooh... mysterieus!
Eerst een mooie, roze bloem, nu alleen nog maar een 'douchekop'...
Het vrolijke Uenopark.
Links Ameyoko, rechts Uechun. Veel geuren en kleuren en vooral heel veel mensen!
Na genoten te hebben van de levendige, internationale sfeer van de drukke winkelstraat Ameyoko-cho, de gemengde etensluchten van verse vis en kebab opgesnoven te hebben, ananas op een stokje te hebben gegeten, op een merkwaardige manier aangesproken te worden door een oud vrouwtje en heel veel buitenlanders gezien te hebben (ben ik niet meer gewend in Yamagata!), was het maar eens tijd om terug te keren naar het treinstation. Om mezelf te trakteren na deze inspannende, maar leuke dag, kocht ik een ekiben (een bento op het station). Deze at ik lekker in de trein op! Buiten was het donker geworden, alleen de lichtjes van huizen kon je nog zien, die steeds minder werden naarmate Tokyo steeds verder achter ons lag. Ik keek naar buiten en zag alleen mezelf spiegelen in het glas. Ik deed m'n ogen dicht en rustte uit, zoals wel meer mensen om mij heen. Allemaal vermoeide gezichten, allemaal op weg naar huis door het donker.
Mijn avondeten: Gecarameliseerde zoete aardappel, rijst met paddestoelen en zeewier, rijstnoedels, 'rode vis', paprika, shiitake, pompoen, garnaal, wortel, kwarteleitje, edamame...

dinsdag 25 september 2012

Bergen en baden in de regen

"Yamagata, an old Japanese tradition is here," zo luidt de slogan op de website van Yamagata University. Bij de aankomst op het supermoderne station en het zien van alle moderne gebouwen in de stad, vond ik dit een vreemde uitspraak. Welliswaar schijnt Yamagata de prefectuur te zijn waar oude folkloristische verhalen over kappa en andere mythologische figuren vandaan komen. Daarbij is Yamagata een kasteelstad geweest, wat je nu nog kunt terugzien aan de smalle, strategische paden en aan de overgebleven kasteelmuur in het Kajo park. Maar wat kan ik meekrijgen van dit zogenaamde 'traditionele Japan'?
Samen in Kinderdijk!
En nu in Zao onsen!
Vandaag ging ik op pad met Akiko Hayashida, haar heb ik op een toevallige manier leren kennen toen zij op vakantie was in Nederland en verbleef in Rotterdam. Ik heb haar toen rondgeleid: we zijn naar Kinderdijk geweest, naar de Oude Haven en naar de Euromast. Het was heel leuk en aangezien ze in Yamagata woont, zouden we elkaar snel weer ontmoeten! En zo gingen we van het stadse, waterrijke Rotterdam naar de bosrijke Zao-san, een berg vlakbij Yamagata stad, die ze mij nu wilde laten zien. Zao is een prachtige berg waar je zowel dichte naaldbossen, bamboebossen, akkers als kleine dorpjes kunt zien. Het was er mooi groen en had een heerlijke rustige sfeer. Langs de weg stopten we even bij een groentewinkeltje waar ze van alles verkochten: mais, tomaten, broccoli, allerlei soorten kool, noten en daikon (radijs) die aan de overkant van de weg uit de grond getrokken werden en nog helemaal onder de aarde zaten. Ik kocht mini-tomaatjes, die mooi rood waren en er heerlijk uitzagen. We reden verder en werden opeens overweldigd door harde stortbuiten en muren van mist. Op een gegeven moment zagen we geen hand voor ogen, zo wit was de muur voor ons! Dat was best wel eng (en spannend...)! Bij een uitkijkpunt kochten we een warme kop thee, wat heerlijk was op die koude berg (want hoe hoger, hoe koeler). De Japanse liefde voor lokale producten keerde hier weer terug: zo scheen dit pruimen-kombu (zeewier)-thee te zijn uit de Miyagi prefectuur (Zao ligt tussen Yamagata en Miyagi in). Het was heerlijk warm en had een zilte, maar toch een fruitige smaak. We keken door het grote raam waar we het uitzicht van Zao-san hadden moeten zien, wat vandaag enkel een grote grijswitte waas was en hadden medelijden met de zielige meneer wiens paraplu steeds de andere kant op klapte terwijl hij tegen de storm inliep...
Mooie paarse bloemen.
En heel veel rijstvelden (in de zomer waren ze nog groen)!
In al deze kou was het tijd voor iets warms, tijd voor een onsen! Een onsen is een warm bad dat op een natuurlijke manier verwarmd wordt. In Yamagata zijn er een heleboel onsen, maar Zao-san is de favoriet van Akiko. En wat was het toch heerlijk! Een prachtig houten, traditioneel uitziend gebouw waar je op je sokken naar het 'damesbad' loopt, waar je je uitkleedt, doucht, het handdoekje opvouwt en op je hoofd legt (waar moet je het anders laten?) en dan het warme bad ingaat. Eerst gingen we in het binnenbad, waar kleine houten schijfjes op het water dreven. Ik vroeg wat dat waren en zij vertelde me dat mensen daarop hun wensen opschrijven. Niet alleen in tempels kun je een wens doen dus... Door de grote ramen naast het bad keek ik naar buiten, naar een mooie tuin met blauwe hortensia's. Ik was verbaasd toen ik mensen in hun blootje gewoon naar buiten, de regen in zag lopen! Pas toen we zelf naar buiten gingen, realiseerde ik me dat er ook buitenbaden waren! Door de koude regen gingen we zo het warme bad in, onder het afdakje. Het bad was vrij diep, maar aan de zijkanten lagen rotsen waarop je kon zitten. Er was een sterk contract tussen warmte en kou en toch begon ik het warm te krijgen van het grijsblauwe water en de stoom om me heen. Het schijnt dat er zwavel in het water zit en daarom een beetje ruikt naar gekookte eieren. Naast de grote baden stonden drie grote, grijze bakken waarbij drie stralen warm water vanuit de grond in een boogje zo de bakken in stroomde. Ieder gingen we in zo'n mini-bad zitten en moesten lachen om de situatie: daar zitten we dan buiten in bad, in de regen! Voor de baden stond een houten bordje met uitleg. Ik probeerde het te lezen... maar de uitgangen van de werkwoorden kwamen me verre van bekend voor en waren soms vreemd om uit te spreken. Het bleek Yamagata-ben, het accent van Yamagata te zijn! Nu kan ik me voorstellen dat zelfs Japanners die niet uit Yamagata komen dit totaal niet kunnen begrijpen!
Het uitzicht op de binnenplaats vanuit het restaurant.
Zoveel te eten!
Na het warme bad gingen we eten in het restaurant van de onsen. Het zag er ruimtelijk uit, met grote ramen aan beide kanten en er waren houten lage tafels met tatami matten. We gingen zitten aan een tafel aan het raam, waar je uitkeek op de frisgroene tuin en de stromende regen eroverheen. Er zaten grote families aan de tafels met mama's, papa's, kindjes, opa's en oma's. Een klein meisje riep hard door het restaurant heen dat ze koude soba wilde, stapelde alle kussens op die ze kon vinden en ging erop zitten. Haar kleine beentjes bungelden over de grote stapel kussens heen... zo schattig! Sobanoedels (donkere noedels gemaakt van boekweit) zijn trouwens een specialiteit van Yamagata èn Zao. Nadat de soba gekookt is, worden deze afgespoeld met koud water van de berg, wat ze zo lekker maakt. We bestelden dan ook allebei soba, dat wil zeggen een dienblad met een bord met koude soba en reepjes nori en een kommetje erbij met een bijgerecht naar keuze. Zo had ik dashi (Japanse bouillon, meestal getrokken uit vis of zeewier) met een eitje erin dat is gekookt in de onsen (heerlijk zacht dus!) en bolletjes tempura (gefrituurd rijstdeeg). Het is de bedoeling dat je de soba oppakt, doopt in de bouillon en dan opeet. En het was heerlijk! Zo ook het ijsje daarna, dat was gemaakt van groene bonen van Zao. Ook Akiko had een mooi toetje: anmitsu. Dat is gelei met 'zwarte siroop' en allerlei soorten fruit.

Alles bij elkaar was het een heerlijke ervaring! De sfeer, de warmte van het bad, het eten en drinken, de mooie natuur en ook de terugreis. Geel geworden rijstvelden als terrassen in verschillende verdiepingen tegen de bergen aan, een enorme rode torii over de weg heen, paarse en oranje cosmos en andere bloemen langs de weg, vervaagde bergen en dorpjes in de verte die steeds duidelijker zichtbaar werden naarmate het opklaarde. Is dit alles dan die oude, Japanse traditie hier?