zaterdag 12 januari 2013

Vrolijke kerstboom en gelukkige yen

We liepen een donkere kamer in. In de hoek stond een druk versierde kerstboom met lichtjes die steeds van kleur veranderden. Rood... groen... blauw... geel... ondertussen keek ik de kamer rond. Excentrieke, kleurige schilderijen aan de muur, een ouderwetse draaitafel met een kast vol met platen, in het midden van de kamer een grote, rijkelijk gedekte tafel voor veel personen, in het plafond een koepel met Europees ogende versieringen, waardoor ik even dacht dat ik terug was in Leiden, in de plaats van in een bovenverdieping van een winkelpand in Yamagata. De gastheer, een oude, vriendelijke man, verwelkomde ons en vertelde over de plaats waar wij terecht waren gekomen. Een oude fotogalerij, opgericht na zijn vele reizen rond de wereld. En daar zaten we dan: lokale bewoners van Yamagata (waarvan veel gezichten me bekend voorkwamen), studenten uit Thailand, Brunei, Amerika, Estland, Singapore en Nederland, rondom een grote tafel. Het grote licht ging aan en het kerstfeest kon beginnen! Een festijn van champagne (waar vanwege religieuze en andere redenen helaas niet veel van werd gedronken), heerlijke lokale gerechten, lachende gezichten en geïnteresseerde vragen over de gekke plaatsen waar we wel niet vandaan kwamen. De Yamagatanen waren oud en eigenwijs, maar ook warm en ieder met een eigen gevoel voor humor. "My occupation is housekeeper, this is my boss," herhaalde de breedlachende man aan de ene kant van de tafel steeds weer in zijn beste Engels, wijzend naar zijn vrouw die dit quasi-geïrriteerd ontkende, aan de andere kant een mevrouw die de nieuwe geliefden in ons gezelschap probeerde te spotten en erg haar best deed om een vriendin te zoeken voor haar zoon, weer aan een andere kant een mevrouw die verkopers van dango en ander snoep probeerde te werven voor het kersenbloesemfestival (en succesvol!)... en dat terwijl de gastheer allerlei kerstplaten draaide en steeds aankondigde wat voor betekenis de volgende muziek had. Zo vertelde hij mij op een gegeven moment dat de aankomende muziek een melodie was die tijdens de nachtmis in een kerk in Amsterdam werd gespeeld. De melodie kwam me bekend voor, maar ik wist niet waar ik het eerder had gehoord... Ondertussen kletsten we gewoon verder en wanneer ik in de drukke Japanse gesprekken even de draad kwijt was geraakt, probeerde ik gewoon goed te luisteren. Natuurlijk bleven we maar eten: sushi, allerlei tsukemono, nabe, taartjes, groenten... Ik vroeg aan de mevrouw naast me hoe ze die wortels zo heerlijk zoet, maar toch knapperig had gekregen. En er bleven maar gerechten bijkomen... toen alles op was, was het feestje afgelopen. Terwijl we hielpen met afruimen en onze spullen pakten, bedacht ik me pas hoe anders deze kerst was dan anders...
Nog nooit in mijn leven had ik zo hard gegild! En nog nooit in mijn leven had ik geskied. Er was een verband tussen die twee. Het was dan ook niet zo'n slim idee om na mijn eerste amateuristische 'skiles' de berg op te gaan, enkel omdat ik dacht dat ik het al wel een beetje kon en het toch niet zo steil zou zijn... weer iets geleerd in mijn leven. Gelukkig was er halverwege de berg ook een wandelroute naar beneden. Ik was zó blij en zó opgelucht... en zo liepen we door het sneeuwwitte landschap naar beneden. Zao... de berg waar we zulke prachtige herfstkleuren hadden gezien, was nu weer prachtig in winterkleuren. Dikke, zachte sneeuw overal, zoals we in Yamagata-stad nog niet eerder hadden meegemaakt. Het was heerlijk om erdoorheen te lopen, piepend en krakend onder je laarzen. De bomen waren helemaal bedekt met sneeuw en zagen er sprookjesachtig uit. De landschappen waren onwerkelijk: een witte wereld met traditioneel uitziende ryokan, de stoom van hete bronnen die tussen de gebouwen door naar boven kronkelde, een mysterieuze sfeer. Ook wij kregen de kans om een nachtje in zo'n ryokan te verblijven, daar in een onsen te gaan, ons te kleden in een yukata en te slapen op een futon. Het was een geweldige ervaring... het bad was heerlijk warm na ons sneeuwavontuur, de sfeer in de ryokan was goed en het uitzicht vanuit onze kamer over de witte wereld was geweldig! We hadden het helemaal naar ons zin en hadden wilde plannen voor de volgende ochtend (met de kabelbaan naar boven, daarna bergbeklimmen!). Helaas kun je niet zo veel meer als je je niet lekker voelt... waar we die nacht op een vervelende manier achter kwamen. Waarschijnlijk was er iets mis met het eten, want zowel ik als één van mijn reisgenootjes renden midden in de nacht op precies hetzelfde moment naar de wc. Jawel, we hadden die avond ervoor hetzelfde gegeten... De volgende ochtend voelden we ons zo zwak, dat we besloten om eerder terug te gaan. Jammer, maar we konden niet anders. En ik wilde absoluut weer opknappen om twee dagen later naar Tokyo te kunnen gaan. Gelukkig kon ik thuis heerlijk slapen en langzamerhand weer meer eten (ook het Nederlandse ontbijtpakket van thuis heeft geholpen!) en zat ik twee dagen later dus gewoon in de trein naar Tokyo, zoevend door een wit landschap dat steeds minder wit werd.
En daar stonden we dan, op het podium, voor een zaal met starende ogen. De muziek begon: Chinees gefluit met een soort uptempo getokkel, waarop we steeds sneller dezelfde danspasjes moesten maken, wat natuurlijk steeds moeilijker werd! Van voren, naar achteren, van links, naar rechts... bij gebrek aan mooie kostuums en attributen die bij deze traditionele Noordoost-Chinese dans hoorden, hadden we een rol toiletpapier gebruikt en zwaaiden we hier sierlijk mee in het rond terwijl we over het podium heen dansten. Gevolgd door mijn solo, waarbij ik (in het oor van het enkel Aziatische publiek in de zaal) het exotische lied "Sinterklaas Kapoentje", zong, waarna we met z'n allen gingen slapen en 'Sinterklaas' met de mooie kartonnen baard chocolaatjes in onze laarsjes deed. Tot slot een aanstekelijk Japans klap en stampliedje, misschien het meest vergelijkbaar met ons Nederlandse "Hoofd, schouders, knie en teen", waarmee we het hele publiek meekregen. "Shiawase nara te wo tatakou! *klapklap* Shiawase nara te wo tatakou! *klapklap*" (Als je gelukkig bent, klap je in je handen)! Natuurlijk waren we niet de beste act van de avond... vergeleken met de professionele, zelfgemaakte video van groep 5 en de choreografisch ingewikkelde dans van groep 8. Maar toch vond ik dat wij, groep 3, het heel goed gedaan hadden! Tussen alle geweldige activiteiten door van een 35 meter lange futomaki (sushirol) maken, het beschilderen van je eigen Dharma-poppetje, vele Nieuwjaarsmaaltijden met mochisoep, een Oudejaarsavond met talentenjachten op tv, partypoppers, optredens en vreemde groepsdansjes waarbij we met driehonderd mensen achter elkaar als een vogel moesten dansen en de mooie ochtendwandeling op Nieuwjaarsdag, hebben we goed samengewerkt en dit originele, multiculturele optreden bedacht. 'Yuku toshi kuru toshi' is het programma waar wij aan hadden meegedaan. In het Tokyo Olympics Memorial Center verbleven we drie dagen lang met z'n driehonderden: Japanse en internationale studenten van universiteiten door heel Japan. Ingedeeld worden in groepjes, op z'n Japans jezelf voorstellen en kennis maken met de anderen, samen eten, samen plannen bedenken wat we willen doen, de meisjes samen in hetzelfde slaapgedeelte en dezelfde badruimte (best vreemd als je elkaar net hebt leren kennen), samen activiteiten doen, samen een wandeling door Tokyo. Vooral tijdens dat laatste heb ik het gevoel dat we elkaar beter hebben leren kennen. Onder een stralend blauwe lucht liepen we langs het groen en de bloeiende bloemen voor het keizerlijk paleis. De kasteelmuur en de witte bijgebouwen erachter weerspiegelden prachtig in het heldere water, met de blauwe lucht erin. Het is lente in Tokyo... Het gerenoveerde station had ik wel van binnen maar nog nooit van buiten gezien. Het zag er uit als een historisch gebouw, maar het lag er fris en nieuw bij. Overal groepsfoto's nemen. Dan weer met de trein naar Tsukiji, bekend van de vismarkt, waar we ieder een heerlijke kom rijst met zachte tonijn en zoete omelet aten. Daarna de brug over wandelen, over de brede Sumida-rivier, de hoge Tokyo skytree in de verte. Ondertussen tijdens het lopen en het zitten in de trein, raakte ik met de anderen aan de praat. Juist omdat je bezig bent met reizen en kijken en je samen van dezelfde dingen geniet, praat je weer anders met elkaar dan wanneer je met elkaar aan tafel zit. Natuurlijk ieder zo z'n eigen ideeën, problemen en verhalen... Het was dan ook een beetje raar om na die korte drie dagen elkaar weer gedag te zeggen en allemaal een andere kant op te gaan.
Ingeblikt als een sardientje. Zo voelde ik mij. En ik stond niet eens in de trein. Nee, ik stond aan de rand van Nakamise-dori in de wijk Asakusa in Tokyo, het was 2 januari, de dag na Nieuwjaar. De straten waren afgesloten, autoverkeer kon niet meer bij ons komen en wij, bezoekers van Asakusa, stonden tegen elkaar aangedrukt en schuifelden langzaam naar voren. In de richting van Sensou-ji, de grote, rode, bekende tempel van Asakusa, dat wel een heel geliefde plek bleek te zijn vlak na Nieuwjaar. Het nieuwe jaar is iets waar Japanners veel waarde aan hechten. Het oude jaar laat je achter je, je vergeet je zonden en je zorgen en begint aan een schone lei. De eerste zon is mooi, de eerste droom is veelbetekenend en zou wel eens je geluk van het nieuwe jaar kunnen voorspellen. Het nieuwe jaar is begonnen en dus gaan we naar de tempel om te vragen om geluk en een goede gezondheid. Daarom stond ik daar ingepakt tussen de mensen in die levendige straat. Ik begon me een beetje zorgen te maken, want de dag erna zou ik met mijn mentrix Ayaka (die nu tijdelijk in Tokyo woont) om 9 uur s'ochtends afspreken vóór Sensou-ji... maar dit bleek helemaal niet mogelijk! Ik kon niet eens bij Sensou-ji komen die dag, want Nakamise-dori (de straat hier tegenover) was afgesloten met hekken waar politieagenten voor stonden: als er nóg meer mensen naar binnen zouden gaan, zou het wel eens gevaarlijk kunnen worden! En dus bleef ik aan de rand staan kijken, naar alle mensen, alle levendigheid, alle vrolijke eetkraampjes met stomende manjuu en geurende yakisoba. Door de straten van Asakusa, families en vrienden, een stralende zon. Optredens op straat en een klappend publiek. Iedereen loopt, zit, praat, lacht, eet. Vooral dat laatste. Ookal was het vreselijk druk, ik genoot ervan, de sfeer was leuk en er waren zoveel straatjes te ontdekken... En de dag erna maakte ik me geen zorgen meer. Sensou-ji was een stuk rustiger geworden en na een lange tijd zag ik Ayaka weer, we hadden dus veel bij te kletsen! "Een vijf yen muntje is beter", zei ze tegen mij toen we in de tempel stonden. Ik graaide in mijn portemonnaie en vond zo'n mooi goud muntje met een gat erin. Ieder gooiden we een vijf yen-muntje in het rooster voor ons, een paar keer klappen en met onze handen tegen elkaar denken wat we dit jaar graag willen... "Waarom is een vijf yen muntje eigenlijk beter?" vroeg ik toch uit nieuwsgierigheid, terwijl we terug liepen door Nakamise-dori. "Vijf yen is het enige muntje waar het karakter voor 'en' (yen) opstaat." Ze vertelde me dat 'en' een woord is dat je niet goed kunt vertalen, omdat het een religieuze betekenis heeft, maar het kan vergeleken worden met 'het lot', bijvoorbeeld 'het lot dat wij elkaar zullen ontmoeten'. Wat zou het lot voor ons dit jaar dus in petto hebben..?
En zo strandden wij aan het einde van de dag, gedeeltelijk slapend, gedeeltelijk pasta etend en tegelijkertijd spraakzaam en melig om 11 uur s'avonds in een familierestaurant (andere eetgelegenheden waren er niet meer...). We hadden een enorme museum-marathon gehouden, beginnend bij het Fuchu art museum, waarvoor we afreisden naar een buitenwijk van Tokyo. Interessante installaties waarbij we geconfronteerd werden met interactieve kunst en de schoonheid van de natuur konden ervaren: zelf een ijsklontje aan een touwtje aan het plafond hangen, een glazen potje eronder en dan maar wachten totdat het glanzende ijsblokje zilveren drupjes drupt en uiteindelijk naar beneden valt. De ventilator aanzetten en luisteren naar een concert van metalen kleerhangers die ervoor aan het plafond zijn bevestigd. Een gecompliceerd spel spelen met zeshoekige kaarten, waarbij je nooit helemaal de spelregels zult begrijpen. Een ingerichte rommelkamer vol met Japanse nostalgische spullen, waarbij ook donkere onderwerpen als 'oorlog' om de hoek kwamen kijken. Foto's van kinderen, vrolijk spelend op locaties waarmee je kinderen niet associeert. Zeer gedetailleerde schilderijen van servies, die van veraf net foto's lijken. Er waren daar zoveel dingen die ik mooi en interessant vond... Gevolgd door het National Museum of Modern Art, waar de nadruk vooral op de Japanse taal leek te liggen. Veel leeswerk, veel filmpjes, zo ook een Engelstalig filmpje waarbij de ondertiteling expres heel raar gedaan was gedaan. En een soort speurtocht waarbij we allerlei kaartjes moesten pakken waar aanwijzingen op stonden die te maken hadden met de ruimte rondom de tentoonstelling... "In kluisje nummer 3 ligt iets bijzonders", "De mevrouw met het oranje lintje heeft een cadeautje voor je", "De mevrouw achter de toonbank zal je in je moedertaal aanspreken." Het bleek allemaal zo gemakkelijk nog niet te zijn: kluisje nummer 3 kregen we niet open, mevrouw met het oranje lintje konden we moeilijk vinden en de mevrouw achter de toonbank sprak mij aan in gebroken Engels in de plaats van in het Nederlands. In de parkeerkelder van het museum kwamen we iets bijzonders tegen: een oud, verlaten huis met piepende deuren, vieze muren en flikkerende lampen. We kregen een portofoon mee van een mevrouw die voor het huis stond, waaruit een bibberige mannenstem klonk die ons een griezelverhaal over het huis vertelde. Ik kreeg een déjà vu van een tentoonstelling van het Wereldmuseum in Rotterdam, waarbij je ook zomaar in een kamer van een onbekende mocht speuren. Alleen was dit minder interactief... ik mocht van de vrouw niet aan de kastjes komen (maar er zat wat in!). Na dit vage mysterie gingen we naar ons laatste museum: het Mori Museum in Roppongi Hills. Supermoderne, hoge gebouwen met felle verlichting, omgeven door bijzondere sculpturen met de rood verlichte Tokyo Tower in de verte. Met de lift gingen we naar boven, naar de 53ste verdieping (!), waar we de tentoonstelling van Aida Makoto gingen bekijken. Een hedendaagse Japanse kunstenaar met zowel schokkende als mooie kunst, veel variatie in media en veel kritiek op de Japanse samenleving. Vooral dat laatste maakt hem misschien interessant voor mijn scriptie van volgend jaar, een hele opgave waar ik dit jaar over moet nadenken. Ik wil het hebben over moderne Japanse kunst in verband met de Japanse samenleving, maar er is er is zoveel verschillende kunst... en wat wil ik nou eigenlijk? Het gaat niet alleen om mooie of lelijke plaatjes, het gaat om de ideeën erachter en de gedachten die ik daarbij weer heb. Vandaag heeft me in ieder geval weer tot nadenken gezet... en natuurlijk was het ook gewoon een leuke, gezellige dag. Uitgeput, maar voldaan, onze lepels prikkend in een toetje met kaneelijs en warme appeltjes. Toen de harde waarheid... "Ik zou willen dat ik de 'dokodemo door' van Doraemon had" kreunde Ayaka. Tja... het animatiefiguurtje Doraemon zit in de harten van veel Japanners, maar de magische deur waarmee hij in één keer thuis thuis is bestaat toch echt niet! En daarom moesten we toch de donkere, ijzige nacht in. Vele bedankjes,  "Doe alsjeblieft voorzichtig" bezorgdheden, plannen om elkaar weer te zien en dan het afscheid. Ik keek nog even om en zag haar oversteken. Ik deed mijn sjaal goed om, maar toch prikte de scherpe, koude wind in m'n gezicht. Ook in Tokyo is het winter geworden...

Het was al donker toen ik de volgende dag terugkwam op het station. Vlaggen en posters met foto's van mooie natuur, knalrode kersen, blije mensen, sneeuwmonsters en traditioneel geklede meisjes tijdens het Hanagasa Matsuri. Daarna terug in dezelfde straatjes, dezelfde route terug lopen door de sneeuw. Ik voelde een gevoel in me opkomen dat ik eerst niet kon plaatsen... "Ik ben thuis!"

zondag 16 december 2012

Hatsuyuki: De eerste sneeuw

Op een ochtend deed ik de rolgordijnen omhoog en zag ik een witte wereld die de avond ervoor er nog niet was! Ik had al kleine miezervlokjes gezien die al smolten voordat ze de grond konden raken, maar zo'n dik pak sneeuw had ik absoluut niet verwacht! Ik ging naar buiten om alles even te bewonderen... de fietsen voor het fietsenhok die bijna omvielen vanwege de dikke berg erbovenop, de bomen met een dikke laag poedersuiker, mijn voeten die kraakten in de ongerepte sneeuw. Het meest vervreemdende waren de esdoornen, waarbij de rode gevorkte blaadjes nog steeds zichtbaar waren, ondanks de dikke laag sneeuw erbovenop. Ook op de grond was de witte sneeuw gemengd met mooie rode en oranje blaadjes... dag herfst, hallo winter. Ik dacht terug aan de tijd toen de esdoornblaadjes pas felrood waren gekleurd en aan de vele bomen hingen in het Momiji park, waar we op een ochtend met z'n allen hadden afgesproken.



We gingen het traditionele theehuis binnen, waar we onze schoenen bij de ingang uitdeden en op onze sokken verder liepen. De tatamimatten kriebelden onder m'n voeten. Ik probeerde het zo lang mogelijk uit te houden, het op m'n knieën zitten terwijl we het team van oudere dames op een formele manier begroetten. Daarna werden de jongens en meisjes gescheiden en werden we meegenomen naar een zijkamer, waar de rijstpapieren deuren werden dichtgeschoven en pas weer open zouden gaan zodra de kundige dames ons hadden ingepakt met alle prachtige, felgekleurde stoffen die daar op de grond lagen. Even leek mijn besluiteloosheid mij in de weg te staan... waardoor ik dacht dat ik het met de laatste restjes moest doen: oude damesstoffen in vieze kleuren geelgroen en bruin. Gelukkig begrepen de dames dat ik hierdoor een beetje teleurgesteld was, waardoor één van hen erop uitging om een andere te zoeken en pas veel later weer terugkwam met een pakketje. Een witte onderlaag en nog een laag eroverheen, om mijn middel een touwtje knopen, en nog iets eroverheen, weer knopen en nog iets eroverheen, ik moest me omdraaien, toen knoopte ze weer iets om m'n middel heen, weer omdraaien, weer een beetje bijstellen... er leek geen einde aan te komen en op een gegeven moment had ik geen idee wat ik allemaal aanhad en vooral hoeveel touwtjes er om m'n middel zaten. Op het laatst deed ze m'n haar, een knot bovenaan die ze met een heleboel speldjes vastzette... ze was heel enthousiast over het resultaat en maakte er een paar foto's van. Zelf had ik nog geen idee hoe ik eruitzag... Toen deed ze de schuifdeur open en duwde ze me de hoofdkamer binnen, waar iedereen al gewikkeld was in prachtige kimono's en enthousiast op die van mij reageerden. Ik keek in de spiegel, naar de frisse, crèmekleurige kimono met warme patronen van oranje en goud, de zilveren obi (ceintuur) die als een kunstwerkje was gestrikt op m'n rug en m'n opgestoken haar, met een oranje haarversiering die mooi paste bij de stof van de kimono. De mouwen waren heel lang, de ceintuur zat vrij strak en het voelde zo anders om rond te lopen... je neemt kleinere stapjes, je voelt je sierlijker en misschien wel mooier... Iedereen had een ander soort kimono aan, zo had ik een furisode (formele kimono) aan bedoeld voor een jongere vrouw. Vandaar de mooie, opvallende kleuren. We namen een groepsfoto, verschillende 'trouwfoto's' en foto met de historische kimono, een prachtige roze stof met kunstige kraanvogels erop van goud en zilver. Allemaal geweldig!
 Zo ook de reis die ik met Mai naar Matsushima heb gemaakt. Matsushima is een kustplaats vlakbij Sendai, beroemd uit de poëzie van de dichter Basho, beroemd als Nihon Sankei (één van de drie mooiste uitzichten van Japan) en beroemd om de baai met de vele kleine eilandjes in allerlei vormen, de mooie tempels in de stijl van de oude keizerlijke stad Kyoto en de visserij (vooral oesters). We hebben deze beroemdheden dan ook allemaal ervaren... eerst zijn we op de boot gestapt in de haven van Shiogama, waar vissers bij rommelige keetjes hun versgevangen oesters, vissen en inktvissen uitstalden. We hadden de boot nog maar net gehaald, een oud mannetje hield de boot nog voor ons tegen, zodat we er nog net op konden springen. Binnen kochten we een zakje ebi-senbei (garnalencrackers) om op het dek aan de meeuwen te voeren. Een koude wind woei om de boot heen, de meeuwen als wilde vliegers om ons heen, onze haren in de wind, de Japanse vlag achterop in de wind. Toen we uitgewaaid waren, gingen we binnen zitten en keken we door het raam naar het prachtige uitzicht van eilandjes. Deze waren verweerd door het wilde water eromheen, waardoor ze ieder een eigen vorm hadden met inhammen, een wilde kunst met hoge rotsen boven het water en natuurlijk droegen ze ieder een aantal pijnbomen. Matsu betekent immers 'pijnboom' en shima 'eiland' of in dit geval 'eilanden'. We kwamen aan in de baai van Matsushima, waar we eerst naar Kanrantei gingen, een mooi theehuis bovenaan een klif voor de kust, waardoor je over de baai en alle eilanden kan uitkijken. Het was vrij koud, maar de zon scheen en de lucht was felblauw, waardoor we een prachtig uitzicht hadden. Daarna zijn we naar Godaido geweest, een kleine tempel gebouwd op een pier voor de kust, waarvoor je eerst over een ietwat gevaarlijke houten brug moet lopen om er te komen. Deze tempel was gebouwd in de stijl van Kyoto en deed me inderdaad ook denken aan het Zilveren Paviljoen in Kyoto. Een kleine, gesloten hal met een glooiend dak, grijze dakpannen en gedetailleerd houtsnijwerk aan beide kanten van de tempel, deze waren in de vorm van alle dieren van de Japanse dierenriem. Het was verbazingwekkend dat zowel Kanrantei en Godaido er nog zo mooi bijstonden, als je bedenkt dat vorig jaar de tsunami ook bij deze kustplaats is geweest... Omdat ze allebei op een vrij hoge klif zijn gebouwd, heeft de golf ze niet kunnen raken. Toch zijn overblijfselen van de tsunami wel op andere manieren merkbaar: de vele informatieborden met vluchtroutes voor als er een tsunami komt, het gekapte bos iets verder van de kust af en grote bergen zandzakken om huizen heen. Verder was het stadje Matsushima gewoon weer heel levendig, er waren veel toeristen en dan vooral Japanse gezinnen, ik was denk ik de enige buitenlander. Het restaurant waar Mai en ik gingen eten was dan ook helemaal vol en gezellig. Aangezien Matsushima vooral beroemd is om de oesters en deze net uit zee komen, hebben we ook oesters gegeten! Ieder hadden we een teishoku (set meal) met rijst, misosoep, tsukemono, een salade en verschillende bordjes met gekookte oesters, gemarineerde oesters en gefrituurde oesters. Vooral de gemarineerde oester vond ik heerlijk, de smaak van de oester paste heel goed bij de frisse yuzu (citrusvrucht) marinade. Hoewel dit alles in Nederlandse oren misschien heel luxe klinkt, was het een goedkope maaltijd. Alles bij elkaar was het een voldane en complete dag, maar het meest geweldige van alles vond ik toch wel het grotere eiland Fukuura. We liepen er naartoe over een lange, oranjerode brug, die een soort vervreemdend effect heeft als je er overheen loopt: het lijkt wel of je niet vooruitkomt! Om ons heen kolkte het blauwe zeewater en zwommen koddige mandarijneenden. Toch kwamen we ooit op het eiland aan, dat een soort doolhof was met vage zandweggetjes door dichte pijnboombossen. Elke keer kwamen we weer iets nieuws tegen: dan een verweerde houten tempel, dan een prachtig uitzicht over de zee met de zon die in het water scheen, kleine strandjes met vreemde rietstengels die uit het zand groeiden, open plekken, wegwijsborden, mos dat als een soort spons onder je voeten voelde, om dan weer uit te komen bij een ander uitkijkpunt over de baai van het plaatsje waar we zonet nog geweest waren. Een bijzondere sfeer... Ik hoop er ooit eens terug te komen.
Toch een beetje nerveus keek ik uit het raam toen we aankwamen bij het witte gebouw, waar we werden verwelkomd en begeleid naar de gastenkamer, in traditionele stijl met lage tafels, tatami en een alkoof met een bloemstuk erin. Een kamer die ik nou niet bepaald associeerde met een basisschool... en toch was het zo. Dat bleek toen we het ruime klaslokaal binnengingen en vele grote, verbaasde kinderogen ons aankeken. De klas werd opgesplitst en ik kreeg tien kinderen in mijn klasje, ieder met een duidelijk eigen karakter, maar toch allemaal een beetje verlegen. De kinderen waren allemaal een jaar of twaalf oud, een leeftijd waarbij ik me kan herinneren dat er een soort splitsing komt tussen kinderen die al groter en een beetje puberaal zijn en kinderen die nog klein en kinderlijk zijn. Hier was het precies hetzelfde: het ene jongetje reageerde onverschillig op mijn vragen in een schorre, overslaande stem, het andere jongetje reageerde overenthousiast op mijn vragen met een hoog piepstemmetje: "Wij wonen met z'n zessen thuis! Papa, mama, ik, m'n zusje, opa en oma! En we hebben ook een poes, een hond en geiten!" Culturele verschillen of niet, evenals Nederlandse kinderen houden allemaal van samen een spelletje 'Zakdoekje leggen' spelen! De spelregels verschillen misschien een beetje met die van Nederland, evenals met Steen, Papier, Schaar, maar het idee van dit soort spelletjes zijn altijd hetzelfde. Het was zo leuk om met de kinderen te kletsen en te spelen en in de plaats van 'Culturele uitwisseling' wat door de docenten zo werd benadrukt, kwam ik steeds meer tot het conclusie dat de kinderen overal op de wereld wel hetzelfde moeten zijn. Na mijn presentatie over Nederland, gaven de kinderen een presentatie over hun thuisplaats en wat er allemaal wel niet beroemd is: soba met vlees, de dierentuin van Yamagata, een zomerfestival, een spelletje waarbij je met een hamer de onderste lagen van een stapeltje houten schijven moet slaan zonder dat deze omvalt. Maar het leukste was nog wel het spelletje slipper-tafeltennis, waarbij je letterlijk met een batje in de vorm van een slipper moet tafeltennissen! En wij, de uitwisselingsstudenten, moesten dit natuurlijk allemaal een spelletje meespelen! Na de les gingen we met de kinderen uit alle groepen in de grote aula middageten. Geen broodtrommel met boterhammetjes, maar een dienblad met een kommetje rijst, misosoep, wat groenten, een stukje vis, een paar partjes appel en een pakje melk. Een paar van hen waren een stuk kleiner en keken me met grote ogen bang aan. Een paar andere meisjes waren wat ouder en kletsen met me op een grappige manier. "Motte iru? (Heb je het?)" vroeg een mollig meisje aan me met ondeugende twinkelogen. Ik vroeg aan haar wat ze bedoelde. "Kareshi wo motte iru? (Heb je een vriendje?)" Jep, meisjes van die leeftijd... overal hetzelfde. Daarna kreeg ik een cadeautje van haar, een blaadje met schattige poppetjes uit haar notitieblokje. Aan het einde van de lunchpauze gingen we samen alles opruimen met een vrolijk, aanmoedigend muziekje op de achtergrond: Vandaag hebben we weer goed ons best gedaan! Terug in de wachtkamer, schoof ik de rijstpapieren ramen open en zag ik tot m'n verbazing de eerste dikke vlokken sneeuw naar beneden komen! De eerste sneeuw van het jaar... hatsuyuki.

dinsdag 27 november 2012

Alleen en samen


Daar staan we dan, bovenaan de heuvel. De zon breekt door en zorgt voor felverlichte kleuren geel, oranje en rood tegen de bergen en in de verte. Onder ons een beekje en verderop begint het dorpje. We lopen door, de heuvel af en komen aan in Ginzan Onsen, dat er net zo sprookjesachtig uitziet als we ons hadden voorgesteld. Het lijkt net een straatje uit een Japanse prent: een beekje met meerdere bruggetjes achter elkaar, met aan beide kanten traditionele gebouwen, sommige met mooie tekeningen erop, andere met geruite schuifdeuren. En dan opeens weer een modern gebouw dat  is ontworpen door een beroemde designer! Toch lopen alle gebouwen mooi in elkaar over, gevolgd door een mooi stukje natuur aan het einde van het straatje. De laatste roze hortensia's van dit jaar, een waterval waarvan het water wild naar beneden kletterde, rotsen waar je met een trap naar boven kon klimmen, mysterieuze herdenkingsplaatsen in grotten met geofferde blikjes frisdrank en vele bomen met blaadjes in de prachtigste kleuren. We moesten aan de ene kant lachen om het bordje: 'pas op voor de beren, vossen, tanuki en apen', maar durfden toch niet verder te gaan... We dronken thee en aten een manjuu (een soort broodje met zoete bonenvulling) in een vreemd cafeetje met paspoppen in kimono en een verkoper in traditionele Japanse kleding met een westerse hoed op. Door de luidsprekers klonk dan weer Franse muziek. Buiten was het koud, maar wij zaten lekker naast de verwarming. Aan de andere kant zaten twee oudere dames ook van een kopje koffie te genieten. We raakten aan de praat en spraken over van alles: Japan, Nederland (waar zij in een reis door Europa ook waren geweest), mijn studie en over Niigata, de prefectuur waar ze vandaan kwamen. Hier en daar speelde ik tolk en soms vond ik het vervelend als ik dingen niet kon vertalen... Maar ik ga m'n best doen dit jaar! We  liepen samen een sobarestaurant binnen, waar ik begreep dat we te laat voor de lunch waren... En toen bleek dat overal in het dorpje de keuken al dicht was! Met een lege maag jammerde ik tegen de mevrouw in het informatiekantoor dat we ZO'N honger hadden! Met een belletje naar één van de restaurants met de mededeling dat wij toch maar onwetende buitenlanders waren, bleken we toch terecht te kunnen in het restaurant waar we eerst waren. En zo bracht een beetje assertiviteit ons naar een tafeltje voor het raam met een kom dampende noedels voor ons en uitzicht op het inmiddels donker geworden Ginzan Onsen. De lichtjes begonnen te branden, het begon te regenen en wij zaten lekker warm binnen.
We zijn met de berg Zao opgegaan, de grote berg in de buurt van de stad. Naarmate we verder met de bus omhoog klommen, werd het steeds kouder. Eenmaal op de berg hadden we veel zin om in een warme onsen te gaan, waar we dan ook uren doorbrachten. Soms weer even het hete water in, dan er weer even uit. Het vreemde is dat als je een tijdje buiten in de onsen hebt gezeten, het buiten niet koud meer is als je er weer uit gaat. Je lichaam gloeit van buiten en van binnen. Daarna waren we loom en sloom en konden we genieten van het uitzicht op de weg terug. De berg, de bomen, de onbesneeuwde skipistes, het beekje onder ons waar het grijze, stomende onsenwater wegliep. We hebben een prachtige zonsondergang gezien. De zon zakte langzaam weg in de horizon en verlichtte het pad voor ons in oranje tinten. Toen we met de bus de berg afreden, scheen de zon in vlagen langs de gekleurde bomen heen, wat ze nog feller deed oplichten en zorgde voor een vlammenzee aan kleuren. Een heleboel "Oooh"s en "Aaah"s klonken in de bus. Op dat soort momenten heeft het geen zin om foto's te maken... Ik kon alleen maar naar buiten kijken.
Die avond zijn we met z'n drieën uit eten gegaan in een traditioneel restaurant, dat er op het eerste gezicht exclusief uitzag. Toch bleek het heel betaalbaar te zijn en wat was het eten toch mooi en lekker! Akiko en ik namen 'Buchi-donburi', een kom rijst met een sashimi van vis erop die ik nog niet eerder had gegeten, maar heel zacht en superlekker was. Mama had een donburi met rundvlees uit Yamagata erop. Ze zei dat het eerste keer was dat ze 'echt' rundvlees had geproefd... Natuurlijk waren er, op z'n Japans, ook een heleboel bijgerechten die in kleine kommetjes en schaaltjes werden opgediend en stuk voor stuk even smaakvol waren. Ondertussen werden we een aantal keer onderbroken door de eigenaar van het restaurant, een oud mannetje dat zeer opgewonden was over onze komst uit Nederland. Hij vertelde over zijn aanzienlijke functie in Yamagata, over het gerechtshof in Den Haag, professor huppeldepup en professor happeldepap en liet ons een boek zien over deze belangrijke historische personen. Hoewel het veel te moeilijk was, gaf hij het aan mij en vroeg hij of ik het alsjeblieft wilde studeren... ik stond met m'n mond vol tanden. Na de tiende onderbreking van onze maaltijd "Sorry to interupt your lovely meal..." en duizend buigingen voelde ik me een beetje opgelaten. Akiko kon haar lachen niet meer inhouden en ook bij mij begon zijn aandoenlijke enthousiasme op m'n lachspieren te werken... Ooit zullen we zijn boek terugbrengen.
Ook ben ik met mama naar Yamadera geweest, een prachtige tempel bovenop een berg, waarvoor je wel achthonderd treden moet beklimmen om hem te kunnen zien! Zowel de klim ernaartoe als de tempel zelf waren geweldig! Bovenop hadden we prachtig uitzicht over de bergen en de dorpjes beneden. De lucht was stralend blauw met witte wolkjes die in rechte lijnen langs elkaar in de lucht dreven. Voor één van de tempels stond een bankje, waarop we even uitrustten en keken naar dit uitzicht, en het andere tempelgebouw dat bovenop een klif boven de andere gebouwen uitsteekt. We zagen vermiljoenrode esdoorns met daarachter vele gaten in de eroderende, mysterieus aandoende berg, waarin Boeddhabeeldjes waren neergezet. Later hoorde ik van Yuu-sensei dat deze berg heel heilig is en dat mensen daarom aan de bergen niet alleen beeldjes, maar ook hun eigen haar en zelfs stukjes van hun tanden doneren. Alles voor een mooi hiernaalmaals blijkbaar... Als tegenstelling op het indrukwekkende uitzicht, zagen we voor ons ook een tuintje, met fijne bloemetjes in felle kleuren, zoals paarse cosmea. Kleine schoonheid tegenover grote schoonheid.
Er zijn vele mooie momenten geweest samen en juist daardoor was het zo moeilijk om afscheid te nemen. Van tevoren dacht ik dat het wel mee zou vallen, maar als je met z'n tweeën zoveel hebt meegemaakt en dan weer afscheid moet nemen, blijkt het toch wel moeilijk te zijn. De eerste dag was ik alleen en dus niet vrolijk. Ik moest even opnieuw inzien hoe fijn het is om hier te zijn. Gelukkig gebeurde dat al gauw genoeg, dankzij de mensen om me heen en de manier waarop Yamagata al vertrouwd is. Ik kan genieten van de wandeling naar de universiteit, het lijkt wel of ik elke dag iets nieuws zie. Iedereen die ik tegenkom gaat ergens naartoe, overal waar ik langskom gebeurt wel iets. Grappige tuintjes met de vreemdste sculpturen, oude houten huizen die zowel armoedig als charmant zijn, moderne huizen met grote glazen ramen en bamboestengels ervoor, kaki's die hangen te drogen aan een soort waslijn, een doos aubergines op de stoep die vers uit een moestuintje zijn gehaald. Niemand zal dat soort dingen blijkbaar stelen... Wanneer ik mezelf betrap op dit soort gedachten snap ik dat waar ik vandaan kom misschien ook niet zo geweldig is... Mensen zijn hier dan ook verbaasd wanneer ik vertel dat je in Nederland s'nachts niet als meisje alleen over straat kunt, mensen uit je tas zullen stelen als je hem even ergens laat staan en dat er vaak afval of kauwgum op straat ligt. Toch hou ik mijn tas in de gaten en vraag ik altijd of iemand even met me mee wil lopen als ik s'avonds terug naar huis ga. Wij Nederlanders zijn immers 'een volk van wantrouwen'...
Hoewel ik alleen woon, ben ik nooit echt lang alleen. Zo heb ik afgelopen tijd veel onverwachtse ontmoetingen gehad en daardoor veel onverwachtse, typische ervaringen. Zo heb ik samen met een paar Thaise studentes en een paar Japanse jongens in een ontplofte studentenkamer aan een kotatsu (tafel met een verwarmingselement) gezeten en uren achter elkaar Mariokart en kaartspelletjes gespeeld die eindeloos lang duurden en waarbij nooit iemand won. De jongens waren heel enthousiast en wilden maar verder spelen, terwijl wij elkaar op een gegeven moment zaten aan te kijken en mijn kont pijn begon te doen van de harde vloer. Het was leuk, maar op het laatst werd het een beetje ongemakkelijk...
Ook heb ik de katholieke basisschool bezocht tegenover ons huis, waar ik door een groepje overenthousiaste (en gedeeltelijk ietwat baldadige) kleuters over het schoolplein werd getrokken om vervolgens hun lunchritueel van onigiri maken, bento's vullen en thee zetten mee te kunnen maken. Met grote ogen stonden ze voor me, sommigen hielden sprakeloos en verlegen mijn hand vast, anderen waren heel spraakzaam en probeerden hun eerste Engelse zinnetjes uit: "Hello! How are you? What is your name?" Ze waren zo schattig... Binnenkort wil ik ze zeker weer bezoeken en foto's van Nederland laten zien!
Dan zat ik weer in een kringetje in een klein, maar knus appartement van een sempai (ouderejaars) die door haar kouhai (jongerejaars) op haar wenken werd bediend en beleefd werd aangesproken. Het was een hiërarchie die ik nog niet eerder had opgemerkt, maar hier toch meekreeg. Terwijl de jongens de warme nabe (hotpot) in bakjes schonken, waren de meisjes aan het kletsen en chocola aan het eten (blijkbaar is snoepen tijdens het eten in deze situatie niet raar). Gesprekken over de studie, het buitenland, Japans eten en bizarre eetcombinaties die mij werden aangeraden (somennoedels met melk en sojasaus?!), sociale media, muziek, huiswerk (Engelse zinnetjes die ik probeerde na te kijken). Sommige gesprekken kon ik moeilijk volgen... het blijft moeilijk, Japans. En vooral de manier waarop mensen het spreken, zo leer je het niet snel op de universiteit. Ik was de enige buitenlander, maar voelde me er daardoor niet buiten vallen. Er was een fijne sfeer, iedereen was aardig en het eten was lekker. Met een goed gevoel ging ik naar huis... Allemaal momenten en ervaringen die me zullen bijblijven.
En ondertussen heb ik nog zoveel meer meegemaakt, maar gewoonweg geen tijd om het allemaal op te schrijven... Daarom schrijf ik de volgende keer meer! Alvast verklap ik: ik heb een echte furisode aangehad, mijn eerste ervaringen in het onderwijs meegemaakt, een kokeshipoppetje beschilderd en ben met de boot langs een eilandengroep gevaren langs de kust van Sendai... allemaal geweldige dingen waar ik nog veel meer over wil vertellen!

zaterdag 27 oktober 2012

Zou het vandaag weer zonnig zijn..?

Vanochtend kleedde ik me warm aan: een wollen vest aan, een warme legging, kousen, een sjaal om, een jas aan en naar buiten. Sinds gisteren is de koude gure herfst toegeslagen in Yamagata... het zal alleen maar kouder worden, totdat we ons niet meer kunnen bewegen in een dik pak sneeuw... dacht ik. Buiten bleek de lucht hetzelfde te zijn als toen ik hier pas aankwam. De rode herfstblaadjes waren sterk in contrast met de felblauwe lucht. Het zonnetje scheen. En terwijl ik het verschil tussen de Japanse partikels 'wa' en 'ga' probeerde te begrijpen, kreeg ik het zo warm in die zonnige collegezaal! Steeds denk ik dat het gewone leven in Yamagata is begonnen, maar toch blijkt elke dag een verrassing te zijn.



Met de trap naar beneden liepen we naar de kelder van het museum. Bij de ingang lagen een aantal zaklantaarns en beneden was het heel erg donker... gewapend met een lantaarn gingen we naar beneden, naar het hol van de beer. Daar stond hij dan: een kar in de vorm van een boze beer met een zitje voorop en met twee handvatten achterop als een soort kruiwagen. "Ga maar zitten" zei Ayaka en een beetje lacherig ging ik voorop zitten. Ze duwde me naar voren, door allerlei beschilderde doeken heen, als een soort wasstraat. Wild scheen ik met de zaklantaarn om mij heen, op de figuren op de doeken en de vreemde attributen, zoals mysterieuze pluchen beesten, hoeden van het Hanagasa matsuri en nog meer dingen die leken te verwijzen naar de cultuur van Yamagata. We waren bij de tentoonstelling van Arai Ryoji, een kunstenaar die in Yamagata geboren en getogen is en de liefde voor zijn thuisprefectuur in veel van zijn kunst toont. Zo ook in zijn boek 'Asa ni natta no de mado wo akemasu yo' (omdat het ochtend is geworden, doe ik het raam open ), waarin de kleurrijke, impressionistische schilderijen van bloemen, bergen en huizen van het papier lijken te knallen. In elke grofgeschilderde tekening zijn ook kinderen te vinden, heel fijntjes getekend, uit het raam kijkend naar het uitzicht om hun heen. Sowieso is het kind en het kinderlijke snel terug te vinden in zijn werk, zoals meer Japanse kunstenaars van tegenwoordig zoals Yoshitomo Nara en Ayako Rokkaku. Achter het kind blijkt vaak een diepere gedachte te schuilen. Ayaka en ik gingen naar buiten, waar kinderen een spelletje speelden op een bontgekleurde mat met supergrote gekleurde dobbelstenen. Ze leken veel plezier te hebben en ongegeneerd speelden we een spelletje met ze mee. De zon begon lager te staan en we liepen terug naar de auto. "Heb je zin om mee te gaan tennissen?" vroeg Ayaka opeens. Ik vond het heel leuk dat ze me uitnodigde, maar wist even niet hoe ik moest reageren.



Met een paraplu boven ons hoofd liep ik samen met de andere internationale studenten over een klein trappetje naar beneden, we bukten en gingen de lage boot in. Naast ons lag een schoenenbak waar we onze schoenen achterlieten. Toen één tree naar boven, op onze sokken liepen we gebukt over de tatamimatten, die fijn onder onze voeten voelden. Van het begin af aan was ik al blij dat ik me had ingeschreven voor deze gratis reis, die mogelijk werd gemaakt door een groepje oudere dames die met hun ladies club culturele uitwisselingen steunen. "Elk jaar kijken we weer naar deze reis uit," zei één van hen tegen mij en ik kon me het heel goed voorstellen. Zittend op de tatamimatten keek ik om me heen, overal om me heen waren er ramen, die de lage boot toch heel ruimtelijk maakten. Toen de boot ging varen keken we onze ogen uit: overal om ons heen woest water, bergen, rotsen, watervallen, mystieke plekken en af en toe een rode torii met een vaag zichtbare tempel erachter. De regen tikte zachtjes tegen het raam en zorgde voor een knusse sfeer. Vooraan de boot stond een oud mannetje in traditionele kleding, een hoed op en een tekening van een mandarijneend op zijn rug. Met een sterk accent liep hij verhalen en grapjes te vertellen. De dames lagen vaak in een deuk, de internationale studenten niet. Onverwachts zette hij opeens een dramatisch lied in met harde uithalen, waarbij ik even niet kon geloven dat het zijn eigen stem was. Nee, je weet hier nooit wat je kunt verwachten... 


En zo was ik ook verbaasd toen we bij het Dalia park aankwamen in Kawanishi-cho, tijdens één van de excursies van Yuu-sensei, onze enthousiaste docent van 'Japanese Culture', een college waarvoor we nog nooit in een collegezaal hebben gezeten. Een enorm park met dalia's in alle kleuren en vormen die je maar kunt bedenken, soms vreemd en ingenieus, met vele kleine ronde blaadjes van binnen naar buiten, waarbij je moeilijk kunt geloven dat de natuur dat echt zelf heeft gemaakt. We kwamen bij een veld met bloemen aan, met een lange tafel ervoor met vele snoeischaren erop. We kregen uitleg van de mensen van het park. Dit veld is speciaal bedoeld voor bezoekers die zelf dalia's willen knippen en als een boeket mee naar huis willen nemen. En dat wilde ik ook heel graag natuurlijk, ze waren allemaal zo prachtig! En zo ging ik met mijn snoeischaar het bloemendoolhof in, waar ik bij elke soort twijfelde of deze mooi genoeg was voor mijn verzameling of niet. Het resultaat was een boeketje van mijn favoriete kleuren paars, roze en wit, sommige met meerdere kleuren in één bloem. De mensen van het park deden erg hun best en pakten alle bloemen voor ons in met papier en plastic en een beetje water onderin, zodat ze het even uithielden. Met een bosje bloemen in de ene hand en een uniek Kawanishi rode-bonen softijsje in de andere hand, zat ik op het terras van het park, met het laatste zonlicht in mijn gezicht. Voor mij zat Ilona (mijn buurvrouw uit Estland) en naast mij zat een goede vriend van Yuu-sensei, zijn vrouw en twee zoontjes die libelles aan hun vleugels konden oppakken met één hand en die hun ijsje graag met mij wilden delen... zo schattig! "It was a really good idea to buy ice cream,' zei Ilona.  Ik dacht precies hetzelfde...

6 uur. Het is al donker. Ik sta voor de eerste keer in mijn leven op een tennisbaan met een racket in mijn hand. In Japan, in Yamagata, met overal bergen om mij heen. "Risanne-chaaaaan!" klonk de ijselijke gil van mijn medespeelster naast mij toen de groene bal mijn kant opkwam. Als een wilde sloeg ik om mij heen. Hij was zowaar raak... "Naisshoooooo!" Dit was een woord dat ik die avond van alle kanten hoorde wanneer een bal op een goede of minder goede manier raak was. Blijkbaar is het gewoon de Japanse uitspraak van 'Nice shot', maar ik beschouwde het als het nieuwe Japanse woord van de avond. Daar stonden we dan met z'n vijven op die verlichtte tennisbaan, behalve Ayaka waren we allemaal amateurs en speelden we tennis op een manier zoals je nog nooit gezien hebt. De jongens met dramatische kreten en slidings, die me nog het meest deden denken aan een Japanse film over vechtsport. De manier waarop ik de bal sloeg deed nog het meest aan honkbal denken, met helaas een heleboel home-runs. Toch was het een hele gezellige avond en iedereen was zo aardig voor elkaar. Op een paar niet al te serieuze verwijten na ("Kare wa Craaaazy!", oftewel hij is gek). In de auto op weg naar huis kletsten we nog een beetje. Ayaka verontschuldigde zich en zei dat ze voor haar onderzoek tijdelijk naar Tokyo gaat. Ze weet niet wanneer ze terugkomt.
Saori moest lachen toen ik vroeg of zij soms de theeceremonie-sensei was. "Nee, ik maak alleen de thee!" zei ze, terwijl ze de houten schuifdeur opentrok en we met z'n drieën het traditionele theehuis binnen konden gaan. Schoenen uit en op de verhoging stappen, op de tatami matten. Langs het voorkamertje waar een paar meubels en een grote pot stonden door de rechter deuropening naar een grotere kamer. Hier zagen we de echte theeceremonie-sensei, een mevrouw op leeftijd met een indrukwekkende uitstraling die rechts vooraan in een hoekje zat. Akiko en ik gingen in het midden van de kamer in seiza (op onze knieën) zitten, zoals de bedoeling is bij een Japanse theeceremonie. Van de sensei kregen we ieder een vierkant kussen, die we achter onze knieën konden neerleggen, wat de seiza makkelijker zou maken. Saori was inmiddels verdwenen en in het kamertje achter ons hoorden we gerommel. Zwijgzaam keken we om ons heen. De kamer oogde oud en leek helemaal van hout gemaakt te zijn, met schuifdeuren aan de linkerkant. Het was een bepaalde houtsoort dat lekker rook. Naast ons was er een alkoof, waar een bloemstuk met cosmea stond (de paarse bloemen die we in Cherryland in het veld hadden gezien) en een calligrafische schildering aan de muur hing. Toen kwam Saori opeens tevoorschijn in een prachtige kimono met bloemen erop. Geconcentreerd voerde ze iedere handeling uit: het dragen van de pot, het netjes neerleggen van de materialen, het maken van de thee, het inschenken van de thee, het serveren van de thee, alsof ze over alles diep na moest denken. Ondertussen vertelde de theeceremonie-sensei over de lange studie die ze achter de rug heeft en de vele reizen die ze heeft gemaakt, onder andere naar Nederland wel veertig jaar geleden. Ze raakte niet uitgepraat over de prachtige tulpen in Nederland. Terwijl ze vertelde genoot ik van het zoete esdoornbladvormige snoepje en de bittere thee erna, die een perfecte smaakcombinatie vormden. En van de mooie kamer, de geur, de aandachtigheid voor het moment, de levenslustigheid van de oude mevrouw die zoveel te vertellen had en het feit dat dit een uniek moment was zoals ik niet snel in mijn leven weer zal meemaken. Vlak voordat we vertrokken kreeg ik een souvenirtje van de sensei: tulpen gemaakt van chirimen (kimonostof). Een beetje Japan en Nederland bij elkaar...