Een panty, een spijkerbroek, een skibroek, een topje, een trui, een vest, een dikke winterjas tot aan m'n knieën, katoenen sokken, microfiber sokken met alcapakopjes erop getekend, een muts, een wollen sjaal, handschoenen en skihandschoenen die zo dik waren dat je je vingers bijna niet meer kunt bewegen. Deze kledingstukken had ik allemaal tegelijkertijd (!) aangetrokken als voorbereiding op onze reis naar het boosaardige winterwonderland Yonezawa. Yonezawa, een stad ten zuiden van Yamagata stad, is beroemd en berucht om de extreme sneeuwval en afschuwelijke kou ten gevolge van de geografische ligging waarbij de stad vanuit het noorden wordt belaagd door een vreselijke Siberische ijswind! Nachtmerrieverhalen hoorde ik van de studenten van de faculteit in Yonezawa: overal is het koud. Gebouwen zijn niet voldoende geïsoleerd, zelfs als je naast een op volle kracht loeiende verwarming zit blaas je nog wolkjes in je eigen kamer en de waterleidingen zijn bevroren waardoor je elke dag naar een onsen moet (dat is dan weer een mooi excuus!). Maar de extreme sneeuwval zorgt wel voor een heleboel sneeuwpret: sneeuwpoppen, sneeuwfestivals en het jaarlijkse sneeuwballengevechttoernooi. En daarom stapte ons sneeuwballenteam 'Yuki ni mo makezu' (Ook in de sneeuw verliezen wij niet!) vol goede moed de bus in op weg naar Yonezawa. Hoewel ik niet goed tegen koud weer kan en niet goed in sport ben, zag ik dit toernooi als een gezellig dagje uit naar een plaats waar ik nog niet eerder was geweest en tegelijkertijd als een uitdaging om mijn eigen angsten en zwaktes te overwinnen. Ik was dan ook verbaasd en opgelucht toen we de bus uitkwamen: vandaag was Yonezawa een zonovergoten witte wereld waarbij de sneeuw fel oplichtte en de prachtige blauwe lucht erboven nog blauwer leek dan anders. Een wandeling door een doolhof van metershoge sneeuwmuren, langs ingegraven tempels, sprookjesbomen en krakkemikkige houten huisjes die eruit zagen alsof ze elk moment konden instorten door de enorme sneeuwberg op het dak. Het toernooi werd gehouden op besneeuwde sportvelden, waarbij we rondom een mooi uitzicht hadden op de bergen. Trots met onze zelfontworpen pinguïnvlag (onze mascotte) en de door mij getekende pinguïn-hoofdbanden lieten we teamfoto's maken en gingen we met veel goede moed het toernooi in. Sneeuwballen werden gemaakt met een soort wafelijzer, ons middageten was warme imoni, we moesten een helm op als we het veld in gingen, er waren muurtjes waarachter we konden schuilen, we hebben een sneeuwpop gemaakt zonder gezicht. En het toernooi? Achteraf wilden we er niet eens over praten... je maakt als vrolijke amateurs toch ook geen kans tegen superfanatieke teams met leden uit het honkbal team? Naarmate het donker werd, werd het heel gauw koud. Zelfs ik kreeg het koud met m'n dikke kleding, vooral mijn voeten werden vreselijk koud! Het voelde dan ook eerder als een overwinning om lekker de warme bus in te kruipen met de kou van buiten als herinnering. En vervolgens naar een sneeuwfestival te gaan, waarbij we mooie sneeuwsculpturen en prachtige verlichting bij de tempels van Yonezawa zagen. In de sneeuw waren veel kleine geultjes gemaakt met kaarsjes erin, wat iets magisch had in de donkere nacht. Ook waren er lantaarns gemaakt van sneeuw, met hetzelfde zachte, warme licht erin. Bovenop een heuvel aangekomen, keken we neer op kleine lantaarns in allerlei kleuren, in een cirkel lichtten ze de sneeuw op, waarbij allerlei kleuren weerkaatst werden. Allemaal mooie beelden en een mysterieuze sfeer die ik niet snel zal vergeten...
Een zak vol met appels, dat was wat ik kreeg aan het begin. Ze waren enorm, prachtig rood en roken heerlijk fris. Het waren het soort appels die hier in de supermarkt superduur zijn. Toch kon ik op dat moment niet aan appels denken, de zenuwen gierden door m'n keel. Echt, ik ben nog nooit zo zenuwachtig geweest in mijn leven! 'En waarom moet ik dan ook pas nummer tien zijn, ik wil er vanaf zijn!' was een gedachte die door mijn hoofd ging, terwijl ik mijn voorgangers met eenzelfde angst in hun ogen op het podium zag staan. De Yamagata Speech Contest... Yuu-sensei had aangedrongen dat ik eraan mee moest doen, maar eigenlijk was ik veel te bang... Dacht ik. Toen ik eenmaal letterlijk het podium op werd geduwd, stond ik er. Het is nu of nooit! Met die gedachte voelde ik vreemd genoeg al mijn zenuwen naar beneden zakken, mijn hoofd rustig worden en kon ik de zaal inkijken. Terwijl ik het verhaal zo duidelijk mogelijk probeerde op te dreunen en te letten op de vele tips die ik had gekregen bij het oefenen, liet ik de enorme posters zien aan het publiek. Het was grappig om langs al die gezichten te kijken terwijl ik dit deed en al die verschillende reacties te ervaren. Sommigen met een brede glimlach (wat mij moed gaf), anderen kritisch kijkend (wat mij minder moed gaf) en weer anderen slapend (serieus)! Mijn speech ging over illustraties, mijn ontdekking in Japan. Japanners blijken het zelf niet door te hebben, maar getekende illustraties worden overal gebruikt: op waarschuwingsborden, reclameposters, verpakkingen van producten, als muurschilderingen, in gidsen, op televisie, echt overal! Dit in tegenstelling tot mijn eigen land Nederland, waar getekende illustraties worden gezien als 'iets kinderachtigs' en daarom alleen te vinden zijn in kinderboeken en op muren van het kinderbadje en crèches. Toen ik echter oude Nederlandse tijdschriften en posters opzocht, uit de jaren 70 en 80, bleek dat illustraties vroeger ook in Nederland werden gebruikt en niet alleen bedoeld waren voor kinderen! Ik kon me een gesprek herinneren met een oudere man die vroeger werkte als illustrator. "Het vak illustrator bestaat in Nederland eigenlijk niet meer," was hetgeen wat hij zei, wat mij ontzettend verdrietig maakte. Waarom zijn tekeningen iets voor kinderen? Waarom mag je niet meer blij worden van tekeningen en van tekeningen houden als je volwassen bent? Illustraties die ik hier zie, overal waar ik ga, maken mij blij, zorgen voor herkenbaarheid, laten mij houden van Japan en van Yamagata. Daarom heb ik de laatste tijd met andere ogen naar Yamagata gekeken: ik liep rond door de stad en maakte foto's van alle mooie illustraties die ik tegenkwam (en dat waren er veel!). Hier heb ik er een paar van uitgekozen en aan het publiek gepresenteerd, wat voor leuke reacties zorgde. De mevrouw in de jury keek kritisch naar mij toen ik aan het presenteren was, maar kreeg een glimlach op haar gezicht toen ze vragen begon te stellen. Het bleek gelukkig allemaal wel mee te vallen... Toch was ik vreselijk verbaasd toen ik bij de uitslag het podium op werd geroepen. Zo rustig als ik tijdens de speech was, zo opgewonden en bijna verlamd voelde ik me toen ik te horen kreeg dat ik derde was geworden! Ik denk dan ook dat ik vreselijk klungelig overkwam bij mijn zogenaamde dankspeech .. Maar ik was ZO BLIJ! Voor de eerste keer in m'n leven een medaille, een prachtige bos bloemen en een enorm prijzenpakket gewonnen (waaronder cosmetica van Yakult en een levenslange voorraad chocoladepinda's haha)! Aangezien Mai eerste was geworden en ik derde, was het tijd voor een feestje! En dus gingen we met een hele groep naar een izakaya, waar we gezellig kletsten, aten en dronken... het gevoel van geluk en ongeloven ging niet meer weg.
Het einde van het semester. De tentamens zijn voorbij, de deadlines voor de tentamens zijn gehaald, de speech contest is voorbij, alles wat dit semester gedaan moest worden is gedaan. In Nederland is dit alleen maar een moment van vrolijkheid: de vakantie is begonnen! Maar als student in het buitenland is dit een dubbel gevoel. Op de gangen van het huis waar ik woon staan overal koffers, dozen met spullen uit geruimde kamers: potten en pannen, oude instantnoedels, kleerhangers, studieboeken, dikke tape om de laatste dozen mee dicht te maken. Overal zoemende stofzuigers, gespannen gezichten, stapels papieren en bureaucratie om je weer overal uit te schrijven. Kijkend naar de studenten die terug gaan naar hun eigen land, ben ik blij dat ik nog een halfjaar in Yamagata mag blijven! Niet alleen om de hoeveelheid stress die ermee gepaard gaat, maar ook om het verdriet dat je hebt om je 'thuis' te verlaten om en iedereen die je gedag moet zeggen. De laatste tijd heb ik dan ook veel verdrietige gezichten gezien, waar ik er zelf één van ben geweest. Ook als je achterblijft moet je immers nieuwe vrienden gedag zeggen die terug naar huis gaan, op dat moment merk je pas hoe snel je gehecht kan raken aan iemand in een half jaar. Veel afscheidsfeestjes, laatste gelegenheden om elkaar te zien en dan toch nog het moment uitstellen om elkaar echt voor het laatst te zien. Samen naar de oude markt in Yamagata om nog één keer dondon yaki te eten, nog één keer met de bus naar Aeon, nog één keer een avondje samen film kijken, nog één keer samenkomen om mijn zelfgemaakte nasi goreng te eten (een gerecht dat onze landen gemeen hebben), nog één keer samenkomen om voor de laatste keer te kletsen over van alles... en op de laatste dag om half zeven opstaan om te helpen met tassen dragen, voordat ze de bus zou nemen. Nee, ik was niet goed in afscheid nemen van Nieza... inmiddels één van mijn beste vriendinnen hier. Gemengde gevoelens van verdriet en tegelijkertijd een vermoeden dat we elkaar ooit wel weer zouden zien. Ik zwaaide totdat de bus verdween, terug naar het vliegveld, terug naar dat warme land Brunei waar de klimaatshock vast nog heftiger moet zijn dan de cultuurshock. Het was een heerlijke ochtend, de frisse lucht in m'n gezicht, de blauwe lucht met de lage, mooie ochtendzon. Die dag wilde ik niet terug naar mijn kamer, ik wilde buiten zijn. En terwijl ik s'ochtends vroeg al zoveel mensen op het station heen en weer zag lopen om hun trein of bus te halen, begon er iets te kriebelen: ik wil op reis! Ik wil nieuwe plaatsen bezoeken, nieuwe dingen zien!
Hoewel ik ietwat geforceerd op mijn kamer met een reisgids een treinreis naar Tendo had ingepland met een bezoek aan het Hiroshige museum, Tendo onsen en een Hinamatsuri poppententoonstelling in gedachte, bleek de dag anders te bepalen. Eenmaal mijn 230 yen kaartje gekocht te hebben en op het perron te staan waar de lokale trein zou aankomen, werd er opgeroepen dat 'vanwege extreme sneeuwval de lokale trein richting Tendo is geannuleerd'. Sinds ik hier ben aangekomen heb ik dit nog nooit meegemaakt... en was Japan niet het land 'waar treinen maar een paar seconden per dag vertraging hebben'? Aangezien ik geen zin had om een duurder kaartje te kopen en een uur te wachten op de Shinkansen richting Tendo, was het tijd voor een ander plan. Mijn oog viel op de lokale trein die aan de andere kant van het perron was aangekomen. Deze reed blijkbaar wel... maar waar naartoe? Ik keek op de lijst van bestemmingen, waar Kaminoyama onsen ook onder viel... drie haltes van Yamagata verwijderd, evenals Tendo kostte dit 230 yen. Ik dacht terug aan mijn eerste treinreis naar Yamagata, toen ik pas in Japan was aangekomen. 'Kaminoyama onsen!' kondigde een vrouwenstem onder een vrolijk liedje aan, terwijl we een door bergen omringd stadje passeerden waarboven in de verte een prachtig wit kasteel uittorende. "Als ik tijd heb om rond te kijken, wil ik daar naartoe!" dacht ik. Hieruit blijkt hoe weinig ik mij heb verveeld sinds ik in Yamagata ben aangekomen... inmiddels woon ik hier al vijf maanden. 'Waarom kan je je niet wat meer vervelen Lisanne, waarom kan je niet meer dingen doen zoals ze gaan?' leek de hobbelende trein mij toe te brommen, kruipend door het platteland van Yamagata met zoveel kleine plaatsjes en mooie uitzichten. 'Je hebt hard gewerkt, nu mag je genieten!' lachte de zon mij in mijn gezicht, terwijl mijn voeten uitrustten in een heerlijk warme voetenonsen op de top van de heuvel, naast het imposante witte kasteel waar ik zo graag naartoe wilde, afgeknipte kersenbloesems als versieringen om het bad heen. Ik had prachtig uitzicht over het besneeuwde plaatsje Kaminoyama met zoveel lage huisjes en aandoenlijke straatjes waar je de gekste en leukste dingen kunt vinden, als je maar goed kijkt. Daarachter lagen de wit besneeuwde bergen naast elkaar, met de hoge berg Zao helemaal links. Ik begreep niet waarom niemand mij ooit had aangeraden om hier naartoe te gaan. Als mensen het over Yamagata hebben, hebben ze het altijd over Yamadera, Dewa Sanzan, de bergen Zao en Haguro... En toch is Kaminoyama één van de bijzondere plaatsen die ik tot nu toe heb bezocht in Yamagata. Bij een wandeling door de straten van de rustige stad kwam ik steeds weer nieuwe dingen tegen: oude houten tempels die bijna verzwolgen werden door de sneeuw. Verschillende onsen waar op informatieborden legendes werden uitgelegd over het ontstaan van de hete bronnen, waaronder die van de reizende monnik die op een dag een gewonde kraanvogel vond op de plek waar later Kaminoyama onsen zou ontstaan. Toen kwam ik weer bij een oud samuraihuis dat openstond voor bezichtiging, waar ik wel een hele individuele rondleiding kreeg door een aardige meneer die erg enthousiast was over het feit dat ik de eerste Nederlander was die het huis kwam bezoeken. Hij liet me elke kamer van het huis zien inclusief de prachtige landschapstuin. Hij vertelde over de bouwstijl en de materialen van het huis en over de stevigheid van het huis, waardoor het ondanks vele aardbevingen nog steeds overeind stond. Ook vertelde hij over de strategische ligging van het huis achter het kasteel: als deze aangevallen werd, konden de soldaten het kasteel snel verdedigen. Zittend aan de lage tafel met een kopje thee, kletsten we over van alles. Ik keek in het rond, naar de mooie inrichting, de ruimtelijkheid van het huis, de grote ramen waardoor er veel licht naar binnen viel en we de landschapstuin goed konden zien. Ik kreeg van de meneer een kaart mee met verschillende markeren van plekken in Kaminoyama die nog meer de moeite waard zijn om te bezichtigen. Hij liep met me heen tot aan de poort en met een buiging zeiden we elkaar gedag. Op naar Harusame-an, het oude huis van Takuan Soho, een invloedrijke monnik in de Edo-periode. Het was een klein huis met een mooie tuin eromheen, versierd met sneeuw. Door een lage deur ging ik een bijgebouwtje in, die open noch dicht was en samengesmolten leek de zijn met de tuin eromheen. Ik rustte uit op een bankje in een kleine, open ruimte, vanwaar ik uitkeek op de eenvoudige, mooie tuin. Het was stil. En tegelijkertijd hoorde ik de wind, de vogels, het stromen van het water in de vijver, het druppelen van het water van de smeltende sneeuw op het dak boven mij. Ik hoef nergens heen. En gelukkig gaan de dingen zoals ze gaan.
zaterdag 23 februari 2013
zaterdag 12 januari 2013
Vrolijke kerstboom en gelukkige yen
We liepen een donkere kamer in. In de hoek stond een druk versierde kerstboom met lichtjes die steeds van kleur veranderden. Rood... groen... blauw... geel... ondertussen keek ik de kamer rond. Excentrieke, kleurige schilderijen aan de muur, een ouderwetse draaitafel met een kast vol met platen, in het midden van de kamer een grote, rijkelijk gedekte tafel voor veel personen, in het plafond een koepel met Europees ogende versieringen, waardoor ik even dacht dat ik terug was in Leiden, in de plaats van in een bovenverdieping van een winkelpand in Yamagata. De gastheer, een oude, vriendelijke man, verwelkomde ons en vertelde over de plaats waar wij terecht waren gekomen. Een oude fotogalerij, opgericht na zijn vele reizen rond de wereld. En daar zaten we dan: lokale bewoners van Yamagata (waarvan veel gezichten me bekend voorkwamen), studenten uit Thailand, Brunei, Amerika, Estland, Singapore en Nederland, rondom een grote tafel. Het grote licht ging aan en het kerstfeest kon beginnen! Een festijn van champagne (waar vanwege religieuze en andere redenen helaas niet veel van werd gedronken), heerlijke lokale gerechten, lachende gezichten en geïnteresseerde vragen over de gekke plaatsen waar we wel niet vandaan kwamen. De Yamagatanen waren oud en eigenwijs, maar ook warm en ieder met een eigen gevoel voor humor. "My occupation is housekeeper, this is my boss," herhaalde de breedlachende man aan de ene kant van de tafel steeds weer in zijn beste Engels, wijzend naar zijn vrouw die dit quasi-geïrriteerd ontkende, aan de andere kant een mevrouw die de nieuwe geliefden in ons gezelschap probeerde te spotten en erg haar best deed om een vriendin te zoeken voor haar zoon, weer aan een andere kant een mevrouw die verkopers van dango en ander snoep probeerde te werven voor het kersenbloesemfestival (en succesvol!)... en dat terwijl de gastheer allerlei kerstplaten draaide en steeds aankondigde wat voor betekenis de volgende muziek had. Zo vertelde hij mij op een gegeven moment dat de aankomende muziek een melodie was die tijdens de nachtmis in een kerk in Amsterdam werd gespeeld. De melodie kwam me bekend voor, maar ik wist niet waar ik het eerder had gehoord... Ondertussen kletsten we gewoon verder en wanneer ik in de drukke Japanse gesprekken even de draad kwijt was geraakt, probeerde ik gewoon goed te luisteren. Natuurlijk bleven we maar eten: sushi, allerlei tsukemono, nabe, taartjes, groenten... Ik vroeg aan de mevrouw naast me hoe ze die wortels zo heerlijk zoet, maar toch knapperig had gekregen. En er bleven maar gerechten bijkomen... toen alles op was, was het feestje afgelopen. Terwijl we hielpen met afruimen en onze spullen pakten, bedacht ik me pas hoe anders deze kerst was dan anders...
Nog nooit in mijn leven had ik zo hard gegild! En nog nooit in mijn leven had ik geskied. Er was een verband tussen die twee. Het was dan ook niet zo'n slim idee om na mijn eerste amateuristische 'skiles' de berg op te gaan, enkel omdat ik dacht dat ik het al wel een beetje kon en het toch niet zo steil zou zijn... weer iets geleerd in mijn leven. Gelukkig was er halverwege de berg ook een wandelroute naar beneden. Ik was zó blij en zó opgelucht... en zo liepen we door het sneeuwwitte landschap naar beneden. Zao... de berg waar we zulke prachtige herfstkleuren hadden gezien, was nu weer prachtig in winterkleuren. Dikke, zachte sneeuw overal, zoals we in Yamagata-stad nog niet eerder hadden meegemaakt. Het was heerlijk om erdoorheen te lopen, piepend en krakend onder je laarzen. De bomen waren helemaal bedekt met sneeuw en zagen er sprookjesachtig uit. De landschappen waren onwerkelijk: een witte wereld met traditioneel uitziende ryokan, de stoom van hete bronnen die tussen de gebouwen door naar boven kronkelde, een mysterieuze sfeer. Ook wij kregen de kans om een nachtje in zo'n ryokan te verblijven, daar in een onsen te gaan, ons te kleden in een yukata en te slapen op een futon. Het was een geweldige ervaring... het bad was heerlijk warm na ons sneeuwavontuur, de sfeer in de ryokan was goed en het uitzicht vanuit onze kamer over de witte wereld was geweldig! We hadden het helemaal naar ons zin en hadden wilde plannen voor de volgende ochtend (met de kabelbaan naar boven, daarna bergbeklimmen!). Helaas kun je niet zo veel meer als je je niet lekker voelt... waar we die nacht op een vervelende manier achter kwamen. Waarschijnlijk was er iets mis met het eten, want zowel ik als één van mijn reisgenootjes renden midden in de nacht op precies hetzelfde moment naar de wc. Jawel, we hadden die avond ervoor hetzelfde gegeten... De volgende ochtend voelden we ons zo zwak, dat we besloten om eerder terug te gaan. Jammer, maar we konden niet anders. En ik wilde absoluut weer opknappen om twee dagen later naar Tokyo te kunnen gaan. Gelukkig kon ik thuis heerlijk slapen en langzamerhand weer meer eten (ook het Nederlandse ontbijtpakket van thuis heeft geholpen!) en zat ik twee dagen later dus gewoon in de trein naar Tokyo, zoevend door een wit landschap dat steeds minder wit werd.En daar stonden we dan, op het podium, voor een zaal met starende ogen. De muziek begon: Chinees gefluit met een soort uptempo getokkel, waarop we steeds sneller dezelfde danspasjes moesten maken, wat natuurlijk steeds moeilijker werd! Van voren, naar achteren, van links, naar rechts... bij gebrek aan mooie kostuums en attributen die bij deze traditionele Noordoost-Chinese dans hoorden, hadden we een rol toiletpapier gebruikt en zwaaiden we hier sierlijk mee in het rond terwijl we over het podium heen dansten. Gevolgd door mijn solo, waarbij ik (in het oor van het enkel Aziatische publiek in de zaal) het exotische lied "Sinterklaas Kapoentje", zong, waarna we met z'n allen gingen slapen en 'Sinterklaas' met de mooie kartonnen baard chocolaatjes in onze laarsjes deed. Tot slot een aanstekelijk Japans klap en stampliedje, misschien het meest vergelijkbaar met ons Nederlandse "Hoofd, schouders, knie en teen", waarmee we het hele publiek meekregen. "Shiawase nara te wo tatakou! *klapklap* Shiawase nara te wo tatakou! *klapklap*" (Als je gelukkig bent, klap je in je handen)! Natuurlijk waren we niet de beste act van de avond... vergeleken met de professionele, zelfgemaakte video van groep 5 en de choreografisch ingewikkelde dans van groep 8. Maar toch vond ik dat wij, groep 3, het heel goed gedaan hadden! Tussen alle geweldige activiteiten door van een 35 meter lange futomaki (sushirol) maken, het beschilderen van je eigen Dharma-poppetje, vele Nieuwjaarsmaaltijden met mochisoep, een Oudejaarsavond met talentenjachten op tv, partypoppers, optredens en vreemde groepsdansjes waarbij we met driehonderd mensen achter elkaar als een vogel moesten dansen en de mooie ochtendwandeling op Nieuwjaarsdag, hebben we goed samengewerkt en dit originele, multiculturele optreden bedacht. 'Yuku toshi kuru toshi' is het programma waar wij aan hadden meegedaan. In het Tokyo Olympics Memorial Center verbleven we drie dagen lang met z'n driehonderden: Japanse en internationale studenten van universiteiten door heel Japan. Ingedeeld worden in groepjes, op z'n Japans jezelf voorstellen en kennis maken met de anderen, samen eten, samen plannen bedenken wat we willen doen, de meisjes samen in hetzelfde slaapgedeelte en dezelfde badruimte (best vreemd als je elkaar net hebt leren kennen), samen activiteiten doen, samen een wandeling door Tokyo. Vooral tijdens dat laatste heb ik het gevoel dat we elkaar beter hebben leren kennen. Onder een stralend blauwe lucht liepen we langs het groen en de bloeiende bloemen voor het keizerlijk paleis. De kasteelmuur en de witte bijgebouwen erachter weerspiegelden prachtig in het heldere water, met de blauwe lucht erin. Het is lente in Tokyo... Het gerenoveerde station had ik wel van binnen maar nog nooit van buiten gezien. Het zag er uit als een historisch gebouw, maar het lag er fris en nieuw bij. Overal groepsfoto's nemen. Dan weer met de trein naar Tsukiji, bekend van de vismarkt, waar we ieder een heerlijke kom rijst met zachte tonijn en zoete omelet aten. Daarna de brug over wandelen, over de brede Sumida-rivier, de hoge Tokyo skytree in de verte. Ondertussen tijdens het lopen en het zitten in de trein, raakte ik met de anderen aan de praat. Juist omdat je bezig bent met reizen en kijken en je samen van dezelfde dingen geniet, praat je weer anders met elkaar dan wanneer je met elkaar aan tafel zit. Natuurlijk ieder zo z'n eigen ideeën, problemen en verhalen... Het was dan ook een beetje raar om na die korte drie dagen elkaar weer gedag te zeggen en allemaal een andere kant op te gaan.
Ingeblikt als een sardientje. Zo voelde ik mij. En ik stond niet eens in de trein. Nee, ik stond aan de rand van Nakamise-dori in de wijk Asakusa in Tokyo, het was 2 januari, de dag na Nieuwjaar. De straten waren afgesloten, autoverkeer kon niet meer bij ons komen en wij, bezoekers van Asakusa, stonden tegen elkaar aangedrukt en schuifelden langzaam naar voren. In de richting van Sensou-ji, de grote, rode, bekende tempel van Asakusa, dat wel een heel geliefde plek bleek te zijn vlak na Nieuwjaar. Het nieuwe jaar is iets waar Japanners veel waarde aan hechten. Het oude jaar laat je achter je, je vergeet je zonden en je zorgen en begint aan een schone lei. De eerste zon is mooi, de eerste droom is veelbetekenend en zou wel eens je geluk van het nieuwe jaar kunnen voorspellen. Het nieuwe jaar is begonnen en dus gaan we naar de tempel om te vragen om geluk en een goede gezondheid. Daarom stond ik daar ingepakt tussen de mensen in die levendige straat. Ik begon me een beetje zorgen te maken, want de dag erna zou ik met mijn mentrix Ayaka (die nu tijdelijk in Tokyo woont) om 9 uur s'ochtends afspreken vóór Sensou-ji... maar dit bleek helemaal niet mogelijk! Ik kon niet eens bij Sensou-ji komen die dag, want Nakamise-dori (de straat hier tegenover) was afgesloten met hekken waar politieagenten voor stonden: als er nóg meer mensen naar binnen zouden gaan, zou het wel eens gevaarlijk kunnen worden! En dus bleef ik aan de rand staan kijken, naar alle mensen, alle levendigheid, alle vrolijke eetkraampjes met stomende manjuu en geurende yakisoba. Door de straten van Asakusa, families en vrienden, een stralende zon. Optredens op straat en een klappend publiek. Iedereen loopt, zit, praat, lacht, eet. Vooral dat laatste. Ookal was het vreselijk druk, ik genoot ervan, de sfeer was leuk en er waren zoveel straatjes te ontdekken... En de dag erna maakte ik me geen zorgen meer. Sensou-ji was een stuk rustiger geworden en na een lange tijd zag ik Ayaka weer, we hadden dus veel bij te kletsen! "Een vijf yen muntje is beter", zei ze tegen mij toen we in de tempel stonden. Ik graaide in mijn portemonnaie en vond zo'n mooi goud muntje met een gat erin. Ieder gooiden we een vijf yen-muntje in het rooster voor ons, een paar keer klappen en met onze handen tegen elkaar denken wat we dit jaar graag willen... "Waarom is een vijf yen muntje eigenlijk beter?" vroeg ik toch uit nieuwsgierigheid, terwijl we terug liepen door Nakamise-dori. "Vijf yen is het enige muntje waar het karakter voor 'en' (yen) opstaat." Ze vertelde me dat 'en' een woord is dat je niet goed kunt vertalen, omdat het een religieuze betekenis heeft, maar het kan vergeleken worden met 'het lot', bijvoorbeeld 'het lot dat wij elkaar zullen ontmoeten'. Wat zou het lot voor ons dit jaar dus in petto hebben..?
En zo strandden wij aan het einde van de dag, gedeeltelijk slapend, gedeeltelijk pasta etend en tegelijkertijd spraakzaam en melig om 11 uur s'avonds in een familierestaurant (andere eetgelegenheden waren er niet meer...). We hadden een enorme museum-marathon gehouden, beginnend bij het Fuchu art museum, waarvoor we afreisden naar een buitenwijk van Tokyo. Interessante installaties waarbij we geconfronteerd werden met interactieve kunst en de schoonheid van de natuur konden ervaren: zelf een ijsklontje aan een touwtje aan het plafond hangen, een glazen potje eronder en dan maar wachten totdat het glanzende ijsblokje zilveren drupjes drupt en uiteindelijk naar beneden valt. De ventilator aanzetten en luisteren naar een concert van metalen kleerhangers die ervoor aan het plafond zijn bevestigd. Een gecompliceerd spel spelen met zeshoekige kaarten, waarbij je nooit helemaal de spelregels zult begrijpen. Een ingerichte rommelkamer vol met Japanse nostalgische spullen, waarbij ook donkere onderwerpen als 'oorlog' om de hoek kwamen kijken. Foto's van kinderen, vrolijk spelend op locaties waarmee je kinderen niet associeert. Zeer gedetailleerde schilderijen van servies, die van veraf net foto's lijken. Er waren daar zoveel dingen die ik mooi en interessant vond... Gevolgd door het National Museum of Modern Art, waar de nadruk vooral op de Japanse taal leek te liggen. Veel leeswerk, veel filmpjes, zo ook een Engelstalig filmpje waarbij de ondertiteling expres heel raar gedaan was gedaan. En een soort speurtocht waarbij we allerlei kaartjes moesten pakken waar aanwijzingen op stonden die te maken hadden met de ruimte rondom de tentoonstelling... "In kluisje nummer 3 ligt iets bijzonders", "De mevrouw met het oranje lintje heeft een cadeautje voor je", "De mevrouw achter de toonbank zal je in je moedertaal aanspreken." Het bleek allemaal zo gemakkelijk nog niet te zijn: kluisje nummer 3 kregen we niet open, mevrouw met het oranje lintje konden we moeilijk vinden en de mevrouw achter de toonbank sprak mij aan in gebroken Engels in de plaats van in het Nederlands. In de parkeerkelder van het museum kwamen we iets bijzonders tegen: een oud, verlaten huis met piepende deuren, vieze muren en flikkerende lampen. We kregen een portofoon mee van een mevrouw die voor het huis stond, waaruit een bibberige mannenstem klonk die ons een griezelverhaal over het huis vertelde. Ik kreeg een déjà vu van een tentoonstelling van het Wereldmuseum in Rotterdam, waarbij je ook zomaar in een kamer van een onbekende mocht speuren. Alleen was dit minder interactief... ik mocht van de vrouw niet aan de kastjes komen (maar er zat wat in!). Na dit vage mysterie gingen we naar ons laatste museum: het Mori Museum in Roppongi Hills. Supermoderne, hoge gebouwen met felle verlichting, omgeven door bijzondere sculpturen met de rood verlichte Tokyo Tower in de verte. Met de lift gingen we naar boven, naar de 53ste verdieping (!), waar we de tentoonstelling van Aida Makoto gingen bekijken. Een hedendaagse Japanse kunstenaar met zowel schokkende als mooie kunst, veel variatie in media en veel kritiek op de Japanse samenleving. Vooral dat laatste maakt hem misschien interessant voor mijn scriptie van volgend jaar, een hele opgave waar ik dit jaar over moet nadenken. Ik wil het hebben over moderne Japanse kunst in verband met de Japanse samenleving, maar er is er is zoveel verschillende kunst... en wat wil ik nou eigenlijk? Het gaat niet alleen om mooie of lelijke plaatjes, het gaat om de ideeën erachter en de gedachten die ik daarbij weer heb. Vandaag heeft me in ieder geval weer tot nadenken gezet... en natuurlijk was het ook gewoon een leuke, gezellige dag. Uitgeput, maar voldaan, onze lepels prikkend in een toetje met kaneelijs en warme appeltjes. Toen de harde waarheid... "Ik zou willen dat ik de 'dokodemo door' van Doraemon had" kreunde Ayaka. Tja... het animatiefiguurtje Doraemon zit in de harten van veel Japanners, maar de magische deur waarmee hij in één keer thuis thuis is bestaat toch echt niet! En daarom moesten we toch de donkere, ijzige nacht in. Vele bedankjes, "Doe alsjeblieft voorzichtig" bezorgdheden, plannen om elkaar weer te zien en dan het afscheid. Ik keek nog even om en zag haar oversteken. Ik deed mijn sjaal goed om, maar toch prikte de scherpe, koude wind in m'n gezicht. Ook in Tokyo is het winter geworden...Het was al donker toen ik de volgende dag terugkwam op het station. Vlaggen en posters met foto's van mooie natuur, knalrode kersen, blije mensen, sneeuwmonsters en traditioneel geklede meisjes tijdens het Hanagasa Matsuri. Daarna terug in dezelfde straatjes, dezelfde route terug lopen door de sneeuw. Ik voelde een gevoel in me opkomen dat ik eerst niet kon plaatsen... "Ik ben thuis!"
zondag 16 december 2012
Hatsuyuki: De eerste sneeuw
Op een ochtend deed ik de rolgordijnen omhoog en zag ik een witte wereld die de avond ervoor er nog niet was! Ik had al kleine miezervlokjes gezien die al smolten voordat ze de grond konden raken, maar zo'n dik pak sneeuw had ik absoluut niet verwacht! Ik ging naar buiten om alles even te bewonderen... de fietsen voor het fietsenhok die bijna omvielen vanwege de dikke berg erbovenop, de bomen met een dikke laag poedersuiker, mijn voeten die kraakten in de ongerepte sneeuw. Het meest vervreemdende waren de esdoornen, waarbij de rode gevorkte blaadjes nog steeds zichtbaar waren, ondanks de dikke laag sneeuw erbovenop. Ook op de grond was de witte sneeuw gemengd met mooie rode en oranje blaadjes... dag herfst, hallo winter. Ik dacht terug aan de tijd toen de esdoornblaadjes pas felrood waren gekleurd en aan de vele bomen hingen in het Momiji park, waar we op een ochtend met z'n allen hadden afgesproken.
We gingen het traditionele theehuis binnen, waar we onze schoenen bij de ingang uitdeden en op onze sokken verder liepen. De tatamimatten kriebelden onder m'n voeten. Ik probeerde het zo lang mogelijk uit te houden, het op m'n knieën zitten terwijl we het team van oudere dames op een formele manier begroetten. Daarna werden de jongens en meisjes gescheiden en werden we meegenomen naar een zijkamer, waar de rijstpapieren deuren werden dichtgeschoven en pas weer open zouden gaan zodra de kundige dames ons hadden ingepakt met alle prachtige, felgekleurde stoffen die daar op de grond lagen. Even leek mijn besluiteloosheid mij in de weg te staan... waardoor ik dacht dat ik het met de laatste restjes moest doen: oude damesstoffen in vieze kleuren geelgroen en bruin. Gelukkig begrepen de dames dat ik hierdoor een beetje teleurgesteld was, waardoor één van hen erop uitging om een andere te zoeken en pas veel later weer terugkwam met een pakketje. Een witte onderlaag en nog een laag eroverheen, om mijn middel een touwtje knopen, en nog iets eroverheen, weer knopen en nog iets eroverheen, ik moest me omdraaien, toen knoopte ze weer iets om m'n middel heen, weer omdraaien, weer een beetje bijstellen... er leek geen einde aan te komen en op een gegeven moment had ik geen idee wat ik allemaal aanhad en vooral hoeveel touwtjes er om m'n middel zaten. Op het laatst deed ze m'n haar, een knot bovenaan die ze met een heleboel speldjes vastzette... ze was heel enthousiast over het resultaat en maakte er een paar foto's van. Zelf had ik nog geen idee hoe ik eruitzag... Toen deed ze de schuifdeur open en duwde ze me de hoofdkamer binnen, waar iedereen al gewikkeld was in prachtige kimono's en enthousiast op die van mij reageerden. Ik keek in de spiegel, naar de frisse, crèmekleurige kimono met warme patronen van oranje en goud, de zilveren obi (ceintuur) die als een kunstwerkje was gestrikt op m'n rug en m'n opgestoken haar, met een oranje haarversiering die mooi paste bij de stof van de kimono. De mouwen waren heel lang, de ceintuur zat vrij strak en het voelde zo anders om rond te lopen... je neemt kleinere stapjes, je voelt je sierlijker en misschien wel mooier... Iedereen had een ander soort kimono aan, zo had ik een furisode (formele kimono) aan bedoeld voor een jongere vrouw. Vandaar de mooie, opvallende kleuren. We namen een groepsfoto, verschillende 'trouwfoto's' en foto met de historische kimono, een prachtige roze stof met kunstige kraanvogels erop van goud en zilver. Allemaal geweldig!
Zo ook de reis die ik met Mai naar Matsushima heb gemaakt. Matsushima is een kustplaats vlakbij Sendai, beroemd uit de poëzie van de dichter Basho, beroemd als Nihon Sankei (één van de drie mooiste uitzichten van Japan) en beroemd om de baai met de vele kleine eilandjes in allerlei vormen, de mooie tempels in de stijl van de oude keizerlijke stad Kyoto en de visserij (vooral oesters). We hebben deze beroemdheden dan ook allemaal ervaren... eerst zijn we op de boot gestapt in de haven van Shiogama, waar vissers bij rommelige keetjes hun versgevangen oesters, vissen en inktvissen uitstalden. We hadden de boot nog maar net gehaald, een oud mannetje hield de boot nog voor ons tegen, zodat we er nog net op konden springen. Binnen kochten we een zakje ebi-senbei (garnalencrackers) om op het dek aan de meeuwen te voeren. Een koude wind woei om de boot heen, de meeuwen als wilde vliegers om ons heen, onze haren in de wind, de Japanse vlag achterop in de wind. Toen we uitgewaaid waren, gingen we binnen zitten en keken we door het raam naar het prachtige uitzicht van eilandjes. Deze waren verweerd door het wilde water eromheen, waardoor ze ieder een eigen vorm hadden met inhammen, een wilde kunst met hoge rotsen boven het water en natuurlijk droegen ze ieder een aantal pijnbomen. Matsu betekent immers 'pijnboom' en shima 'eiland' of in dit geval 'eilanden'. We kwamen aan in de baai van Matsushima, waar we eerst naar Kanrantei gingen, een mooi theehuis bovenaan een klif voor de kust, waardoor je over de baai en alle eilanden kan uitkijken. Het was vrij koud, maar de zon scheen en de lucht was felblauw, waardoor we een prachtig uitzicht hadden. Daarna zijn we naar Godaido geweest, een kleine tempel gebouwd op een pier voor de kust, waarvoor je eerst over een ietwat gevaarlijke houten brug moet lopen om er te komen. Deze tempel was gebouwd in de stijl van Kyoto en deed me inderdaad ook denken aan het Zilveren Paviljoen in Kyoto. Een kleine, gesloten hal met een glooiend dak, grijze dakpannen en gedetailleerd houtsnijwerk aan beide kanten van de tempel, deze waren in de vorm van alle dieren van de Japanse dierenriem. Het was verbazingwekkend dat zowel Kanrantei en Godaido er nog zo mooi bijstonden, als je bedenkt dat vorig jaar de tsunami ook bij deze kustplaats is geweest... Omdat ze allebei op een vrij hoge klif zijn gebouwd, heeft de golf ze niet kunnen raken. Toch zijn overblijfselen van de tsunami wel op andere manieren merkbaar: de vele informatieborden met vluchtroutes voor als er een tsunami komt, het gekapte bos iets verder van de kust af en grote bergen zandzakken om huizen heen. Verder was het stadje Matsushima gewoon weer heel levendig, er waren veel toeristen en dan vooral Japanse gezinnen, ik was denk ik de enige buitenlander. Het restaurant waar Mai en ik gingen eten was dan ook helemaal vol en gezellig. Aangezien Matsushima vooral beroemd is om de oesters en deze net uit zee komen, hebben we ook oesters gegeten! Ieder hadden we een teishoku (set meal) met rijst, misosoep, tsukemono, een salade en verschillende bordjes met gekookte oesters, gemarineerde oesters en gefrituurde oesters. Vooral de gemarineerde oester vond ik heerlijk, de smaak van de oester paste heel goed bij de frisse yuzu (citrusvrucht) marinade. Hoewel dit alles in Nederlandse oren misschien heel luxe klinkt, was het een goedkope maaltijd. Alles bij elkaar was het een voldane en complete dag, maar het meest geweldige van alles vond ik toch wel het grotere eiland Fukuura. We liepen er naartoe over een lange, oranjerode brug, die een soort vervreemdend effect heeft als je er overheen loopt: het lijkt wel of je niet vooruitkomt! Om ons heen kolkte het blauwe zeewater en zwommen koddige mandarijneenden. Toch kwamen we ooit op het eiland aan, dat een soort doolhof was met vage zandweggetjes door dichte pijnboombossen. Elke keer kwamen we weer iets nieuws tegen: dan een verweerde houten tempel, dan een prachtig uitzicht over de zee met de zon die in het water scheen, kleine strandjes met vreemde rietstengels die uit het zand groeiden, open plekken, wegwijsborden, mos dat als een soort spons onder je voeten voelde, om dan weer uit te komen bij een ander uitkijkpunt over de baai van het plaatsje waar we zonet nog geweest waren. Een bijzondere sfeer... Ik hoop er ooit eens terug te komen.
Toch een beetje nerveus keek ik uit het raam toen we aankwamen bij het witte gebouw, waar we werden verwelkomd en begeleid naar de gastenkamer, in traditionele stijl met lage tafels, tatami en een alkoof met een bloemstuk erin. Een kamer die ik nou niet bepaald associeerde met een basisschool... en toch was het zo. Dat bleek toen we het ruime klaslokaal binnengingen en vele grote, verbaasde kinderogen ons aankeken. De klas werd opgesplitst en ik kreeg tien kinderen in mijn klasje, ieder met een duidelijk eigen karakter, maar toch allemaal een beetje verlegen. De kinderen waren allemaal een jaar of twaalf oud, een leeftijd waarbij ik me kan herinneren dat er een soort splitsing komt tussen kinderen die al groter en een beetje puberaal zijn en kinderen die nog klein en kinderlijk zijn. Hier was het precies hetzelfde: het ene jongetje reageerde onverschillig op mijn vragen in een schorre, overslaande stem, het andere jongetje reageerde overenthousiast op mijn vragen met een hoog piepstemmetje: "Wij wonen met z'n zessen thuis! Papa, mama, ik, m'n zusje, opa en oma! En we hebben ook een poes, een hond en geiten!" Culturele verschillen of niet, evenals Nederlandse kinderen houden allemaal van samen een spelletje 'Zakdoekje leggen' spelen! De spelregels verschillen misschien een beetje met die van Nederland, evenals met Steen, Papier, Schaar, maar het idee van dit soort spelletjes zijn altijd hetzelfde. Het was zo leuk om met de kinderen te kletsen en te spelen en in de plaats van 'Culturele uitwisseling' wat door de docenten zo werd benadrukt, kwam ik steeds meer tot het conclusie dat de kinderen overal op de wereld wel hetzelfde moeten zijn. Na mijn presentatie over Nederland, gaven de kinderen een presentatie over hun thuisplaats en wat er allemaal wel niet beroemd is: soba met vlees, de dierentuin van Yamagata, een zomerfestival, een spelletje waarbij je met een hamer de onderste lagen van een stapeltje houten schijven moet slaan zonder dat deze omvalt. Maar het leukste was nog wel het spelletje slipper-tafeltennis, waarbij je letterlijk met een batje in de vorm van een slipper moet tafeltennissen! En wij, de uitwisselingsstudenten, moesten dit natuurlijk allemaal een spelletje meespelen! Na de les gingen we met de kinderen uit alle groepen in de grote aula middageten. Geen broodtrommel met boterhammetjes, maar een dienblad met een kommetje rijst, misosoep, wat groenten, een stukje vis, een paar partjes appel en een pakje melk. Een paar van hen waren een stuk kleiner en keken me met grote ogen bang aan. Een paar andere meisjes waren wat ouder en kletsen met me op een grappige manier. "Motte iru? (Heb je het?)" vroeg een mollig meisje aan me met ondeugende twinkelogen. Ik vroeg aan haar wat ze bedoelde. "Kareshi wo motte iru? (Heb je een vriendje?)" Jep, meisjes van die leeftijd... overal hetzelfde. Daarna kreeg ik een cadeautje van haar, een blaadje met schattige poppetjes uit haar notitieblokje. Aan het einde van de lunchpauze gingen we samen alles opruimen met een vrolijk, aanmoedigend muziekje op de achtergrond: Vandaag hebben we weer goed ons best gedaan! Terug in de wachtkamer, schoof ik de rijstpapieren ramen open en zag ik tot m'n verbazing de eerste dikke vlokken sneeuw naar beneden komen! De eerste sneeuw van het jaar... hatsuyuki.
We gingen het traditionele theehuis binnen, waar we onze schoenen bij de ingang uitdeden en op onze sokken verder liepen. De tatamimatten kriebelden onder m'n voeten. Ik probeerde het zo lang mogelijk uit te houden, het op m'n knieën zitten terwijl we het team van oudere dames op een formele manier begroetten. Daarna werden de jongens en meisjes gescheiden en werden we meegenomen naar een zijkamer, waar de rijstpapieren deuren werden dichtgeschoven en pas weer open zouden gaan zodra de kundige dames ons hadden ingepakt met alle prachtige, felgekleurde stoffen die daar op de grond lagen. Even leek mijn besluiteloosheid mij in de weg te staan... waardoor ik dacht dat ik het met de laatste restjes moest doen: oude damesstoffen in vieze kleuren geelgroen en bruin. Gelukkig begrepen de dames dat ik hierdoor een beetje teleurgesteld was, waardoor één van hen erop uitging om een andere te zoeken en pas veel later weer terugkwam met een pakketje. Een witte onderlaag en nog een laag eroverheen, om mijn middel een touwtje knopen, en nog iets eroverheen, weer knopen en nog iets eroverheen, ik moest me omdraaien, toen knoopte ze weer iets om m'n middel heen, weer omdraaien, weer een beetje bijstellen... er leek geen einde aan te komen en op een gegeven moment had ik geen idee wat ik allemaal aanhad en vooral hoeveel touwtjes er om m'n middel zaten. Op het laatst deed ze m'n haar, een knot bovenaan die ze met een heleboel speldjes vastzette... ze was heel enthousiast over het resultaat en maakte er een paar foto's van. Zelf had ik nog geen idee hoe ik eruitzag... Toen deed ze de schuifdeur open en duwde ze me de hoofdkamer binnen, waar iedereen al gewikkeld was in prachtige kimono's en enthousiast op die van mij reageerden. Ik keek in de spiegel, naar de frisse, crèmekleurige kimono met warme patronen van oranje en goud, de zilveren obi (ceintuur) die als een kunstwerkje was gestrikt op m'n rug en m'n opgestoken haar, met een oranje haarversiering die mooi paste bij de stof van de kimono. De mouwen waren heel lang, de ceintuur zat vrij strak en het voelde zo anders om rond te lopen... je neemt kleinere stapjes, je voelt je sierlijker en misschien wel mooier... Iedereen had een ander soort kimono aan, zo had ik een furisode (formele kimono) aan bedoeld voor een jongere vrouw. Vandaar de mooie, opvallende kleuren. We namen een groepsfoto, verschillende 'trouwfoto's' en foto met de historische kimono, een prachtige roze stof met kunstige kraanvogels erop van goud en zilver. Allemaal geweldig!
Zo ook de reis die ik met Mai naar Matsushima heb gemaakt. Matsushima is een kustplaats vlakbij Sendai, beroemd uit de poëzie van de dichter Basho, beroemd als Nihon Sankei (één van de drie mooiste uitzichten van Japan) en beroemd om de baai met de vele kleine eilandjes in allerlei vormen, de mooie tempels in de stijl van de oude keizerlijke stad Kyoto en de visserij (vooral oesters). We hebben deze beroemdheden dan ook allemaal ervaren... eerst zijn we op de boot gestapt in de haven van Shiogama, waar vissers bij rommelige keetjes hun versgevangen oesters, vissen en inktvissen uitstalden. We hadden de boot nog maar net gehaald, een oud mannetje hield de boot nog voor ons tegen, zodat we er nog net op konden springen. Binnen kochten we een zakje ebi-senbei (garnalencrackers) om op het dek aan de meeuwen te voeren. Een koude wind woei om de boot heen, de meeuwen als wilde vliegers om ons heen, onze haren in de wind, de Japanse vlag achterop in de wind. Toen we uitgewaaid waren, gingen we binnen zitten en keken we door het raam naar het prachtige uitzicht van eilandjes. Deze waren verweerd door het wilde water eromheen, waardoor ze ieder een eigen vorm hadden met inhammen, een wilde kunst met hoge rotsen boven het water en natuurlijk droegen ze ieder een aantal pijnbomen. Matsu betekent immers 'pijnboom' en shima 'eiland' of in dit geval 'eilanden'. We kwamen aan in de baai van Matsushima, waar we eerst naar Kanrantei gingen, een mooi theehuis bovenaan een klif voor de kust, waardoor je over de baai en alle eilanden kan uitkijken. Het was vrij koud, maar de zon scheen en de lucht was felblauw, waardoor we een prachtig uitzicht hadden. Daarna zijn we naar Godaido geweest, een kleine tempel gebouwd op een pier voor de kust, waarvoor je eerst over een ietwat gevaarlijke houten brug moet lopen om er te komen. Deze tempel was gebouwd in de stijl van Kyoto en deed me inderdaad ook denken aan het Zilveren Paviljoen in Kyoto. Een kleine, gesloten hal met een glooiend dak, grijze dakpannen en gedetailleerd houtsnijwerk aan beide kanten van de tempel, deze waren in de vorm van alle dieren van de Japanse dierenriem. Het was verbazingwekkend dat zowel Kanrantei en Godaido er nog zo mooi bijstonden, als je bedenkt dat vorig jaar de tsunami ook bij deze kustplaats is geweest... Omdat ze allebei op een vrij hoge klif zijn gebouwd, heeft de golf ze niet kunnen raken. Toch zijn overblijfselen van de tsunami wel op andere manieren merkbaar: de vele informatieborden met vluchtroutes voor als er een tsunami komt, het gekapte bos iets verder van de kust af en grote bergen zandzakken om huizen heen. Verder was het stadje Matsushima gewoon weer heel levendig, er waren veel toeristen en dan vooral Japanse gezinnen, ik was denk ik de enige buitenlander. Het restaurant waar Mai en ik gingen eten was dan ook helemaal vol en gezellig. Aangezien Matsushima vooral beroemd is om de oesters en deze net uit zee komen, hebben we ook oesters gegeten! Ieder hadden we een teishoku (set meal) met rijst, misosoep, tsukemono, een salade en verschillende bordjes met gekookte oesters, gemarineerde oesters en gefrituurde oesters. Vooral de gemarineerde oester vond ik heerlijk, de smaak van de oester paste heel goed bij de frisse yuzu (citrusvrucht) marinade. Hoewel dit alles in Nederlandse oren misschien heel luxe klinkt, was het een goedkope maaltijd. Alles bij elkaar was het een voldane en complete dag, maar het meest geweldige van alles vond ik toch wel het grotere eiland Fukuura. We liepen er naartoe over een lange, oranjerode brug, die een soort vervreemdend effect heeft als je er overheen loopt: het lijkt wel of je niet vooruitkomt! Om ons heen kolkte het blauwe zeewater en zwommen koddige mandarijneenden. Toch kwamen we ooit op het eiland aan, dat een soort doolhof was met vage zandweggetjes door dichte pijnboombossen. Elke keer kwamen we weer iets nieuws tegen: dan een verweerde houten tempel, dan een prachtig uitzicht over de zee met de zon die in het water scheen, kleine strandjes met vreemde rietstengels die uit het zand groeiden, open plekken, wegwijsborden, mos dat als een soort spons onder je voeten voelde, om dan weer uit te komen bij een ander uitkijkpunt over de baai van het plaatsje waar we zonet nog geweest waren. Een bijzondere sfeer... Ik hoop er ooit eens terug te komen.
Toch een beetje nerveus keek ik uit het raam toen we aankwamen bij het witte gebouw, waar we werden verwelkomd en begeleid naar de gastenkamer, in traditionele stijl met lage tafels, tatami en een alkoof met een bloemstuk erin. Een kamer die ik nou niet bepaald associeerde met een basisschool... en toch was het zo. Dat bleek toen we het ruime klaslokaal binnengingen en vele grote, verbaasde kinderogen ons aankeken. De klas werd opgesplitst en ik kreeg tien kinderen in mijn klasje, ieder met een duidelijk eigen karakter, maar toch allemaal een beetje verlegen. De kinderen waren allemaal een jaar of twaalf oud, een leeftijd waarbij ik me kan herinneren dat er een soort splitsing komt tussen kinderen die al groter en een beetje puberaal zijn en kinderen die nog klein en kinderlijk zijn. Hier was het precies hetzelfde: het ene jongetje reageerde onverschillig op mijn vragen in een schorre, overslaande stem, het andere jongetje reageerde overenthousiast op mijn vragen met een hoog piepstemmetje: "Wij wonen met z'n zessen thuis! Papa, mama, ik, m'n zusje, opa en oma! En we hebben ook een poes, een hond en geiten!" Culturele verschillen of niet, evenals Nederlandse kinderen houden allemaal van samen een spelletje 'Zakdoekje leggen' spelen! De spelregels verschillen misschien een beetje met die van Nederland, evenals met Steen, Papier, Schaar, maar het idee van dit soort spelletjes zijn altijd hetzelfde. Het was zo leuk om met de kinderen te kletsen en te spelen en in de plaats van 'Culturele uitwisseling' wat door de docenten zo werd benadrukt, kwam ik steeds meer tot het conclusie dat de kinderen overal op de wereld wel hetzelfde moeten zijn. Na mijn presentatie over Nederland, gaven de kinderen een presentatie over hun thuisplaats en wat er allemaal wel niet beroemd is: soba met vlees, de dierentuin van Yamagata, een zomerfestival, een spelletje waarbij je met een hamer de onderste lagen van een stapeltje houten schijven moet slaan zonder dat deze omvalt. Maar het leukste was nog wel het spelletje slipper-tafeltennis, waarbij je letterlijk met een batje in de vorm van een slipper moet tafeltennissen! En wij, de uitwisselingsstudenten, moesten dit natuurlijk allemaal een spelletje meespelen! Na de les gingen we met de kinderen uit alle groepen in de grote aula middageten. Geen broodtrommel met boterhammetjes, maar een dienblad met een kommetje rijst, misosoep, wat groenten, een stukje vis, een paar partjes appel en een pakje melk. Een paar van hen waren een stuk kleiner en keken me met grote ogen bang aan. Een paar andere meisjes waren wat ouder en kletsen met me op een grappige manier. "Motte iru? (Heb je het?)" vroeg een mollig meisje aan me met ondeugende twinkelogen. Ik vroeg aan haar wat ze bedoelde. "Kareshi wo motte iru? (Heb je een vriendje?)" Jep, meisjes van die leeftijd... overal hetzelfde. Daarna kreeg ik een cadeautje van haar, een blaadje met schattige poppetjes uit haar notitieblokje. Aan het einde van de lunchpauze gingen we samen alles opruimen met een vrolijk, aanmoedigend muziekje op de achtergrond: Vandaag hebben we weer goed ons best gedaan! Terug in de wachtkamer, schoof ik de rijstpapieren ramen open en zag ik tot m'n verbazing de eerste dikke vlokken sneeuw naar beneden komen! De eerste sneeuw van het jaar... hatsuyuki.
Abonneren op:
Posts (Atom)




