zondag 24 maart 2013

Sakura sakura

Ik kon het niet geloven. De warmte, het zonlicht dat op mijn (nog) bleke winterwangen brandde. Daar liep ik dan: over een groene boulevard, langs een kleine haven waar mensen evenals ik gedachteloos uitkeken over de zee. Het park langs de haven had een relaxte uitstraling, evenals de mensen die er wandelden en op het gras zaten. Sommigen van hen speelden, maakten plezier, een oud mannetje was aan het vissen. Er was een klein restaurantje met grote ramen tegenover het water. Terwijl ik mijn rijstomelet stukprikte met mijn lepel en de warme rijst rustig at, keek ik naar buiten. Ik zag mooie vogeltjes, die een beetje anders waren dan in Nederland. De zee was grijs en de lucht erboven blauw... is de lente dan toch begonnen? Ik kon het niet geloven, een paar uurtjes reizen met de trein, naar Tokyo, daarna naar Yokohama. Ik was niet alleen weg uit Yamagata, maar ook uit de winter, weg van het winterwonderland waar ik nog een week geleden met de kabelbaan omhoog was gegaan naar de top van de berg Zao. Hoewel de zon ook die dag scheen, prikte de vrieskou in m'n gezicht en werd ik omringd door sneeuwmonsters in angstaanjagende vormen van dinosaurussen, rare mannetjes en vogelbekdieren. En naarmate de zon achter de horizon verdween, leken ze van gezichtsuitdrukking te veranderen. Eigenlijk is er op de berg Zao sprake van een zeldzaam natuurlijk fenomeen waarbij naaldbomen zwaar ondergesneeuwd worden, opvriezen, daarna een nieuwe lading sneeuw krijgen en opnieuw opvriezen, waarbij iedere boom eindigt in een hoge sneeuwberg met ieder z'n eigen vorm. Maar ik kon alleen maar naar de gezichten kijken van de monsters, hun wenkbrauwen, neuzen, monden... Nu werd ik niet omringd door monsters, maar door adelaars met gevorkte vleugels die boven het park zweefden als vliegers (de waarschuwing 'Pas op voor de adelaars' was dus geen grapje...). Ondertussen stonden de knopjes van de bomen in het park op uitbarsten.
Wit, lichtroze, middenroze, donkerroze... Ik hou van roze. En ik was niet de enige, want iedereen verzamelde zich in de tuin van de Kitanotenman-gu in Kyoto om de tweeduizend roze wolkerige bomen te bekijken. De zon scheen en leek de ronde blaadjes van de pruimenbloesems nog feller van kleur te maken. Het was een heel doolhof van roze... soms stopten we even om de geurige bloemen beter te kunnen ruiken, de ene soort nog lekkerder dan de andere. Aan de rand van de boomgaard stond een theehuis waar we op de veranda met een kopje pruimenthee en een zoete roze rijstcracker konden zitten uitkijken over de roze wereld en konden genieten van de geur en de sfeer van het bloemen kijken. De geur van de bloemen was gemengd met de geur van de yakidango (rijstballetjes). In Japan wordt er veel waarde aan gehecht: samen bloemen kijken èn samen eten en drinken tijdens het bloemen kijken. In Nederland is een boom maar een boom. En eten vult je maag. En dat terwijl genieten van eenvoudige dingen als de natuur, het begin van de lente en lekker eten zo belangrijk is (en net als de Nederlanders zo 'nuchter' zou moeten zijn)! Alleen bloemen kijken is leuk, maar samen is natuurlijk veel leuker. En daarom was ik blij dat m'n moeder en haar vriend waren overgekomen naar Japan, om samen de lentevakantie door te brengen en dit soort geweldige dingen te ervaren. Samen wandelen naar prachtige tempels, tuinen en straatjes, samen genieten van het weer, het lekkere eten, samen uitvogelen hoe die ingewikkelde buskaart in elkaar zit (en af en toe lekker helemaal de verkeerde kant op rijden). Kyoto is een stad die indruk maakt, waar plaatsen en de momenten die zich er afspelen je sterk bijblijven. De houten, eenvoudige tempels in de bossen die bij laag zonlicht nog mooier worden, vele rode torii die een pad de heuvel op vormen waar je een prachtig uitzicht hebt over de stad, de levendige Shijo-dori met de brug over de Kamo-rivier, 'ons' traditionele Machiya-huis met de heerlijk warme kotatsu (verwarmde tafel) in de woonkamer en natuurlijk het Maruyama park en de charmante straatjes van het Higashiyama district. Vooral deze laatste twee hebben we in een bijzondere periode meegemaakt, namelijk tijdens het Hanatouro matsuri. Dit betekent 'Het bloemen en licht festival' en begint wanneer de zon is ondergegaan. De duisternis valt elke avond vroeg in, maar de straatjes en tempels zijn allemaal mooi verlicht. Door een smal straatje wandelen met aan weerszijden mooie lantaarns van washi (handgemaakt papier) met warme, subtiele kleuren rood, roze en paars, de traditionele gebouwen en de prachtige tuinen langs de vele doorkijkjes lichtten op. Mooi verlichtte bloemstukken, bomen en bamboe in het donker. En af en toe een levendige optocht met de vossengod Inari in een riksja, trots de menigte in kijkend met zijn witte gezicht. De vrolijke student Airi die ons enthousiast een dagje rondleidde door de stad zei dat kijken naar de vos Inari ons heel veel geluk zou brengen... En dus hebben we goed gekeken! Dankzij haar zijn we ook bij de Toudaiji tempel geweest, waar we één van de mooiste uitzichten hebben gehad: een verlichting over de landschapstuin die de stille vijver zodanig helder deed lijken, dat de bomen erachter erin weerspiegelden als een levensecht evenbeeld. Het was een bizar gezicht, alsof je een andere wereld in keek, een waterwereld met enorme waterplanten. Airi moest toegeven dat ze het een beetje eng vond om lang naar te kijken, maar ik kon alleen maar staren en staren... Echt een andere wereld!
De avonden in Kyoto waren helder. We wandelden door het warm verlichte Higashiyama district en ontdekten dingen (en mensen!) die we niet hadden verwacht. Een wit opgemaakte maiko met een langgeknoopte, felgekleurde obi die ons tegemoet liep en met snelle pas weer de duisternis in verdween. Een Franse patissier met kunstige, kleine taartjes in een ruimtelijk en toch traditioneel uitziend gebouwtje. Een oud vrouwtje die ons de geheimen leerde van het Kyoto dialect. Afgestudeerde studentes die in hun prachtige furisode (kimono) aan het oude vrouwtje hun diploma's lieten zien. Tempels en pagodes onderweg, die we in de onherkenbare nacht soms per toeval tegenkwamen, zoals Kiyomizu Dera die met grote lichtstralen veel indruk maakte in het donker. En dan onze onverwachte Kyo-ryouri ervaring waarbij de traditionele keuken van Kyoto zich voor onze neuzen afspeelde in het knusse restaurantje Shinpachi. Het bestond uit één rij stoelen, die tegenover de keuken stonden, waardoor we konden meekijken hoe ons mooie, gezonde eten werd klaargemaakt. In de keuken stond een oude man die op bizarre wijze komkommers sneed: tjak, tjak, tjak, en daar lag het binnen een paar seconden in duizend stukjes van precies dezelfde grootte! Het resultaat was een vegetarische, luxe uitziende teishoku (set meal) met verschillende soorten tofu, frisse tsukemono, zoete soep met een heerlijke, dikke textuur en knapperige groenten. Ook was er een ingrediënt wat nieuw voor ons allemaal was: fu! De bijzondere vleesvervanger op basis van tarwe was voor ons het bewijs dat niet alleen smaak, maar ook textuur zo van belang is van een lekkere maaltijd. Want wat had die zogenaamde nama ('rauwe') fu toch een geweldige textuur! Ik kon er op blijven kauwen... steeds genietend van elk bijgerechtje, ging onze maaltijd toch een keer op. Het was niet alleen eten, het was een voorstelling en een ervaring. Ik vroeg aan de oude man of dit dan het beroemde 'kaiseki ryouri' was waar ik in gidsen over Kyoto zo vaak over had gelezen. Hij vertelde dat zijn keuken geen kaiseki ryouri is, maar wel een verkorte, betaalbare versie van elementen die in kaiseki ryouri voorkomen. Zelf noemde hij zijn keuken Kyo-ryouri, de keuken van Kyoto.
Een minder spannende, maar wel een leuke en verwarmende eetervaring hadden we in een restaurant vlakbij het station van Nara. Koud en doorweekt lieten we onze natte sponsschoenen in het kastje achter en stapten we op onze sokken de verhoging op. De eigenaar (die duidelijk geen buitenlanders gewend was), was in zijn nopjes en gaf ons gratis sake en origami vogels en ninja werpsterren (het laatste was nieuw voor mij...). We hadden het verdiend die avond, want wat hadden we een eind gelopen door de regen! Met een paraplu boven ons hoofd van station Nara richting de enorme Koudaiji tempel, die in het donkere, regenachtige weer een mysterieuze sfeer uitstraalde met flauw verlichte lampions eromheen. Langs de Koudaiji liepen we de heuvel op richting de Nigatsudou hal, waar we veel mensen met hetzelfde doel als wij tegemoet kwamen. Onder het dak van één van de tempels schuilden we. De regen kletterde met veel lawaai voor ons neer, maar wij stonden droog en hadden bovendien een mooi uitzicht over de hal, waar het die avond ging gebeuren! Veel mensen waren vooraan in de regen gaan staan, in de hoop dat het geluk op hen neer zou stralen. De Nigatsudou was een hoog, houten gebouw met een groot balkon en trappen aan weerszijden. Zodra het kunstlicht werd gedimd, verscheen het natuurlijke licht linksonder aan de trap. Voorzichtig werd een brandende fakkel via de trap het balkon op gedragen. De vlam was enorm en danste wild in het rond, wat er wel erg riskant uitzag op zo'n oud houten gebouw! Toch vatten het balkon en het dak geen vlam, toen de fakkel snel rond werd gedraaid en een rollende vuurbal een oranje sneeuw aan vlammen boven de hoofden van de mensen vooraan verspreidde. Het was een spectaculair en tegelijkertijd een beetje een eng gezicht. Het ritueel van fakkels naar boven brengen en laten rollen totdat ze doven in de regen, werd tien keer gehaald, waarna dit beroemde Otaimatsu ritueel ten einde kwam. Het maakte deel uit van het religieuze Omizutori ritueel dat elk jaar in maart wordt uitgevoerd. Regen of niet, de oranje vlammenzee van Otaimatsu heeft ervoor gezorgd dat we allemaal veel geluk zullen hebben dit nieuwe jaar!
Pruimenbloesems zijn slechts de overgang naar de lente, maar kersenbloesems zijn de echte lente. Ik was verdrietig toen we ons machiya-huis verlieten, ik was er in de korte tijd gehecht aan geraakt, evenals het schattige smalle straatjes met het stenen paadje waar het in lag, de heerlijk liggende futon, het balkonnetje vanwaar je uitkeek op het leven van de buren, met hun discussies, gelach en harde genies. "We gaan weer naar een nieuwe fase van onze vakantie" zei mama en zo was het ook. Maar voordat het zover was, moest er nog iets belangrijks gebeuren. Zo had mijn docent die me helpt met m'n scriptie voor volgend jaar geregeld dat ik een interview kon houden met Kamiyama-san, de curator van het Fuchuu museum, het museum waar ik van de winter samen met Ayaka naartoe was gegaan. Ook deze keer spraken Ayaka en ik af op het station van Tokyo en gingen we samen dezelfde weg naar de rustige, groene buitenwijk. Aangezien een eerder interview met een curator van een ander museum niet zo goed was gegaan, was ik best nerveus en bang dat er moeilijke vragen aan mij gesteld zouden worden. Gelukkig bleek Kamiyama-san een hele aardige mevrouw te zijn die mijn vragen heel mooi en compleet beantwoordde en er begrip voor had als ik mezelf even niet goed kon uitdrukken in het Japans. Het interview liet een goed gevoel achter, waardoor de druk die op me lag verdween en we konden genieten van de nieuwe tentoonstelling over prenten uit de Edo periode en van het park in Fuchuu, waar de kersenbloesems al bloeiden. Het was dan ook al zo warm in Tokyo, dus geen wonder dat ze dit jaar zo vroeg zijn! Dikke roze takken, bloemetjes met kleine draadjes in het midden... wat is eigenlijk het verschil tussen kersenbloesems en de pruimenbloesems die we in Kyoto hebben gezien? Volgens Ayaka was het de vorm van de blaadjes waaraan je het verschil kunt zien: blaadjes van de pruimenbloesem zijn rond en in de blaadjes van de kersenbloesem zit een klein knipje in het midden. De ontdekking van een kersenbloesem leek een zeldzaam moment, maar uiteindelijk volgden er meer...
Vooruit blijven kijken, niet teveel in je op willen nemen, niet gek worden... Dat is belangrijk in Tokyo! En zeker in de straat waar wij logeerden. Hoewel het hotel zelf een oase van rust was, belandden we zowel overdag als s'nachts in een dichte mierenhoop van mensen die allemaal ergens naartoe moesten. De felverlichte Meiji-dori die parallel loopt aan het grote station Ikebukuro varieert van levendig tot doorgedraaid druk. Wat was het een tegenstelling tot het soms zo dorps aandoende Kyoto (en al helemaal tot Yamagata!). Ik was dan ook blij om terug te komen in het gemoedelijke Asakusa, waar ik na overnachtingen in leuke jeugdhostels inmiddels bekend was geworden. Het toeristische, maar zo gezellige Takeshita-dori, de Senso-ji tempel met een mooie tuin aan de zijkant, die populaire melon-pan winkel die zo heerlijk ruikt en natuurlijk de Tokyo Skytree aan de andere kant van de Sumida rivier. Zowel Takeshita-dori als het Ueno park (twee haltes verder van Asakusa) waren zonovergoten en stonden in het teken van de kersenbloesem die nog niet helemaal in volle bloei stonden, maar al aardig onderweg waren. Grote open vlakten omringd door roze en witte bomen. Families die samen naar het park gingen om bloemen te kijken en schoolkinderen die als field trip naar Ueno zoo gingen en met z'n allen poseerden voor de bloesems. In Takeshita-dori eenzelfde beeld, maar deze keer met meer toeristen en een heleboel kraampjes met eten rondom de Senso-ji. Yakisoba, gratis groene thee en ze verkochten zelfs al schaafijs! Een wandeling aan de Sumida-rivier, gevolgd door een boottochtje waarbij we onder vele bruggen doorgingen en aan de andere kant, bij de prachtige Hama-rikyu landschapstuin uitkwamen. Hier liepen we langs oude pijnbomen, een veld met felgele bloemen, langs een brak water vijver met vele watervogels naar het lichtgekleurde, houten theehuis in het midden. Daarachter een heuvel met een uitkijkpunt, waar we gingen zitten en naar het landschap en de rivier keken. Later zaten we opeens op een veel hoger uitkijkpunt: de 31ste verdieping van het Solamachi naast de Tokyo Skytree! De grote stad en het laatste zonlicht dat erop viel... het zou snel donker worden.
Mijn dichte oogleden kleuren licht wanneer de felle zon erop valt, al houden de blaadjes boven mij de felste stralen tegen. Ik open ze en zie een heleboel lichtgroene blaadjes boven mij met ertussenin roze bloemen die aan de randjes en in het midden bij de meeldraden donkerrood kleuren. Ik sluit mijn ogen weer en geniet van de warmte en de geluiden om me heen. Het zingen van de vogels, het ruisen van de takken, het klappen van de golven tegen de rotsen. Samen uitrusten onder de bloesems. We eten de chocoladekoekjes die we hebben meegenomen. We praten en lachen. We proberen foto's te maken van dat vogeltje dat zo grappig loopt en ik probeer een klavertje vier te vinden. Maar dat lukt niet, want klavertjes vier zijn zeldzaam, evenals wij die als enige onder een bloesemboom zitten bovenop de heuvel van Enoshima. Grappig genoeg lijken steeds meer mensen ons na te doen, onder een boom liggen luieren ziet er blijkbaar leuk uit! Ik sta op en loop naar het hoge hek aan de rand van de heuvel. Tussen de spijlen door naar beneden kijken, de diepte in, de hoge rotsen en het ruige water dat er tegenaan botst. Het gaat steeds harder waaien, de lucht betrekt en wordt grijs. We gaan een koffiehuisje in waar we koffie en warme chocolademelk drinken. Het is aantrekkelijk om te blijven zitten, want het is er lekker warm en het uitzicht over de wilde zee is prachtig. Maar we kunnen niet eeuwig zo hoog op dit eiland blijven, zeker niet nu er storm op komst is! Vlug lopen we de heuvel af, langs alle roodgekleurde tempels en rekjes met hartvormige wenskaartjes, langs het beeld van de godin Benten, die op dit eiland wordt vereerd. Nog even een kijkje nemen in de souvenirwinkeltjes waar krill (hele kleine visjes) de specialiteit is. Onder een stenen torii door verlaten we het eiland, over een lange loopbrug terug naar het kleine station. Het broodautootje waar we een broodje hebben gekocht staat er nog, de grote Boeddha van Kamakura die we hebben bezocht ook. Met de Eno-den trein langs de wilde kustlijn, we hobbelen de plaatsen en de tijd voorbij. De tijd gaat altijd te snel, maar momenten die je samen beleeft blijven je samen bij.

zaterdag 23 februari 2013

Ook in de sneeuw winnen wij!

Een panty, een spijkerbroek, een skibroek, een topje, een trui, een vest, een dikke winterjas tot aan m'n knieën, katoenen sokken, microfiber sokken met alcapakopjes erop getekend, een muts, een wollen sjaal, handschoenen en skihandschoenen die zo dik waren dat je je vingers bijna niet meer kunt bewegen. Deze kledingstukken had ik allemaal tegelijkertijd (!) aangetrokken als voorbereiding op onze reis naar het boosaardige winterwonderland Yonezawa. Yonezawa, een stad ten zuiden van Yamagata stad, is beroemd en berucht om de extreme sneeuwval en afschuwelijke kou ten gevolge van de geografische ligging waarbij de stad vanuit het noorden wordt belaagd door een vreselijke Siberische ijswind! Nachtmerrieverhalen hoorde ik van de studenten van de faculteit in Yonezawa: overal is het koud. Gebouwen zijn niet voldoende geïsoleerd, zelfs als je naast een op volle kracht loeiende verwarming zit blaas je nog wolkjes in je eigen kamer en de waterleidingen zijn bevroren waardoor je elke dag naar een onsen moet (dat is dan weer een mooi excuus!). Maar de extreme sneeuwval zorgt wel voor een heleboel sneeuwpret: sneeuwpoppen, sneeuwfestivals en het jaarlijkse sneeuwballengevechttoernooi. En daarom stapte ons sneeuwballenteam 'Yuki ni mo makezu' (Ook in de sneeuw verliezen wij niet!) vol goede moed de bus in op weg naar Yonezawa. Hoewel ik niet goed tegen koud weer kan en niet goed in sport ben, zag ik dit toernooi als een gezellig dagje uit naar een plaats waar ik nog niet eerder was geweest en tegelijkertijd als een uitdaging om mijn eigen angsten en zwaktes te overwinnen. Ik was dan ook verbaasd en opgelucht toen we de bus uitkwamen: vandaag was Yonezawa een zonovergoten witte wereld waarbij de sneeuw fel oplichtte en de prachtige blauwe lucht erboven nog blauwer leek dan anders. Een wandeling door een doolhof van metershoge sneeuwmuren, langs ingegraven tempels, sprookjesbomen en krakkemikkige houten huisjes die eruit zagen alsof ze elk moment konden instorten door de enorme sneeuwberg op het dak. Het toernooi werd gehouden op besneeuwde sportvelden, waarbij we rondom een mooi uitzicht hadden op de bergen. Trots met onze zelfontworpen pinguïnvlag (onze mascotte) en de door mij getekende pinguïn-hoofdbanden lieten we teamfoto's maken en gingen we met veel goede moed het toernooi in. Sneeuwballen werden gemaakt met een soort wafelijzer, ons middageten was warme imoni, we moesten een helm op als we het veld in gingen, er waren muurtjes waarachter we konden schuilen, we hebben een sneeuwpop gemaakt zonder gezicht. En het toernooi? Achteraf wilden we er niet eens over praten... je maakt als vrolijke amateurs toch ook geen kans tegen superfanatieke teams met leden uit het honkbal team? Naarmate het donker werd, werd het heel gauw koud. Zelfs ik kreeg het koud met m'n dikke kleding, vooral mijn voeten werden vreselijk koud! Het voelde dan ook eerder als een overwinning om lekker de warme bus in te kruipen met de kou van buiten als herinnering. En vervolgens naar een sneeuwfestival te gaan, waarbij we mooie sneeuwsculpturen en prachtige verlichting bij de tempels van Yonezawa zagen. In de sneeuw waren veel kleine geultjes gemaakt met kaarsjes erin, wat iets magisch had in de donkere nacht. Ook waren er lantaarns gemaakt van sneeuw, met hetzelfde zachte, warme licht erin. Bovenop een heuvel aangekomen, keken we neer op kleine lantaarns in allerlei kleuren, in een cirkel lichtten ze de sneeuw op, waarbij allerlei kleuren weerkaatst werden. Allemaal mooie beelden en een mysterieuze sfeer die ik niet snel zal vergeten...
Een zak vol met appels, dat was wat ik kreeg aan het begin. Ze waren enorm, prachtig rood en roken heerlijk fris. Het waren het soort appels die hier in de supermarkt superduur zijn. Toch kon ik op dat moment niet aan appels denken, de zenuwen gierden door m'n keel. Echt, ik ben nog nooit zo zenuwachtig geweest in mijn leven! 'En waarom moet ik dan ook pas nummer tien zijn, ik wil er vanaf zijn!' was een gedachte die door mijn hoofd ging, terwijl ik mijn voorgangers met eenzelfde angst in hun ogen op het podium zag staan. De Yamagata Speech Contest... Yuu-sensei had aangedrongen dat ik eraan mee moest doen, maar eigenlijk was ik veel te bang... Dacht ik. Toen ik eenmaal letterlijk het podium op werd geduwd, stond ik er. Het is nu of nooit! Met die gedachte voelde ik vreemd genoeg al mijn zenuwen naar beneden zakken, mijn hoofd rustig worden en kon ik de zaal inkijken. Terwijl ik het verhaal zo duidelijk mogelijk probeerde op te dreunen en te letten op de vele tips die ik had gekregen bij het oefenen, liet ik de enorme posters zien aan het publiek. Het was grappig om langs al die gezichten te kijken terwijl ik dit deed en al die verschillende reacties te ervaren. Sommigen met een brede glimlach (wat mij moed gaf), anderen kritisch kijkend (wat mij minder moed gaf) en weer anderen slapend (serieus)! Mijn speech ging over illustraties, mijn ontdekking in Japan. Japanners blijken het zelf niet door te hebben, maar getekende illustraties worden overal gebruikt: op waarschuwingsborden, reclameposters, verpakkingen van producten, als muurschilderingen, in gidsen, op televisie, echt overal! Dit in tegenstelling tot mijn eigen land Nederland, waar getekende illustraties worden gezien als 'iets kinderachtigs' en daarom alleen te vinden zijn in kinderboeken en op muren van het kinderbadje en crèches. Toen ik echter oude Nederlandse tijdschriften en posters opzocht, uit de jaren 70 en 80, bleek dat illustraties vroeger ook in Nederland werden gebruikt en niet alleen bedoeld waren voor kinderen! Ik kon me een gesprek herinneren met een oudere man die vroeger werkte als illustrator. "Het vak illustrator bestaat in Nederland eigenlijk niet meer," was hetgeen wat hij zei, wat mij ontzettend verdrietig maakte. Waarom zijn tekeningen iets voor kinderen? Waarom mag je niet meer blij worden van tekeningen en van tekeningen houden als je volwassen bent? Illustraties die ik hier zie, overal waar ik ga, maken mij blij, zorgen voor herkenbaarheid, laten mij houden van Japan en van Yamagata. Daarom heb ik de laatste tijd met andere ogen naar Yamagata gekeken: ik liep rond door de stad en maakte foto's van alle mooie illustraties die ik tegenkwam (en dat waren er veel!). Hier heb ik er een paar van uitgekozen en aan het publiek gepresenteerd, wat voor leuke reacties zorgde. De mevrouw in de jury keek kritisch naar mij toen ik aan het presenteren was, maar kreeg een glimlach op haar gezicht toen ze vragen begon te stellen. Het bleek gelukkig allemaal wel mee te vallen... Toch was ik vreselijk verbaasd toen ik bij de uitslag het podium op werd geroepen. Zo rustig als ik tijdens de speech was, zo opgewonden en bijna verlamd voelde ik me toen ik te horen kreeg dat ik derde was geworden! Ik denk dan ook dat ik vreselijk klungelig overkwam bij mijn zogenaamde dankspeech .. Maar ik was ZO BLIJ! Voor de eerste keer in m'n leven een medaille, een prachtige bos bloemen en een enorm prijzenpakket gewonnen (waaronder cosmetica van Yakult en een levenslange voorraad chocoladepinda's haha)! Aangezien Mai eerste was geworden en ik derde, was het tijd voor een feestje! En dus gingen we met een hele groep naar een izakaya, waar we gezellig kletsten, aten en dronken... het gevoel van geluk en ongeloven ging niet meer weg.
Het einde van het semester. De tentamens zijn voorbij, de deadlines voor de tentamens zijn gehaald, de speech contest is voorbij, alles wat dit semester gedaan moest worden is gedaan. In Nederland is dit alleen maar een moment van vrolijkheid: de vakantie is begonnen! Maar als student in het buitenland is dit een dubbel gevoel. Op de gangen van het huis waar ik woon staan overal koffers, dozen met spullen uit geruimde kamers: potten en pannen, oude instantnoedels, kleerhangers, studieboeken, dikke tape om de laatste dozen mee dicht te maken. Overal zoemende stofzuigers, gespannen gezichten, stapels papieren en bureaucratie om je weer overal uit te schrijven. Kijkend naar de studenten die terug gaan naar hun eigen land, ben ik blij dat ik nog een halfjaar in Yamagata mag blijven! Niet alleen om de hoeveelheid stress die ermee gepaard gaat, maar ook om het verdriet dat je hebt om je 'thuis' te verlaten om en iedereen die je gedag moet zeggen. De laatste tijd heb ik dan ook veel verdrietige gezichten gezien, waar ik er zelf één van ben geweest. Ook als je achterblijft moet je immers nieuwe vrienden gedag zeggen die terug naar huis gaan, op dat moment merk je pas hoe snel je gehecht kan raken aan iemand in een half jaar. Veel afscheidsfeestjes, laatste gelegenheden om elkaar te zien en dan toch nog het moment uitstellen om elkaar echt voor het laatst te zien. Samen naar de oude markt in Yamagata om nog één keer dondon yaki te eten, nog één keer met de bus naar Aeon, nog één keer een avondje samen film kijken, nog één keer samenkomen om mijn zelfgemaakte nasi goreng te eten (een gerecht dat onze landen gemeen hebben), nog één keer samenkomen om voor de laatste keer te kletsen over van alles... en op de laatste dag om half zeven opstaan om te helpen met tassen dragen, voordat ze de bus zou nemen. Nee, ik was niet goed in afscheid nemen van Nieza... inmiddels één van mijn beste vriendinnen hier. Gemengde gevoelens van verdriet en tegelijkertijd een vermoeden dat we elkaar ooit wel weer zouden zien. Ik zwaaide totdat de bus verdween, terug naar het vliegveld, terug naar dat warme land Brunei waar de klimaatshock vast nog heftiger moet zijn dan de cultuurshock. Het was een heerlijke ochtend, de frisse lucht in m'n gezicht, de blauwe lucht met de lage, mooie ochtendzon. Die dag wilde ik niet terug naar mijn kamer, ik wilde buiten zijn. En terwijl ik s'ochtends vroeg al zoveel mensen op het station heen en weer zag lopen om hun trein of bus te halen, begon er iets te kriebelen: ik wil op reis! Ik wil nieuwe plaatsen bezoeken, nieuwe dingen zien!
Hoewel ik ietwat geforceerd op mijn kamer met een reisgids een treinreis naar Tendo had ingepland met een bezoek aan het Hiroshige museum, Tendo onsen en een Hinamatsuri poppententoonstelling in gedachte, bleek de dag anders te bepalen. Eenmaal mijn 230 yen kaartje gekocht te hebben en op het perron te staan waar de lokale trein zou aankomen, werd er opgeroepen dat 'vanwege extreme sneeuwval de lokale trein richting Tendo is geannuleerd'. Sinds ik hier ben aangekomen heb ik dit nog nooit meegemaakt... en was Japan niet het land 'waar treinen maar een paar seconden per dag vertraging hebben'? Aangezien ik geen zin had om een duurder kaartje te kopen en een uur te wachten op de Shinkansen richting Tendo, was het tijd voor een ander plan. Mijn oog viel op de lokale trein die aan de andere kant van het perron was aangekomen. Deze reed blijkbaar wel... maar waar naartoe? Ik keek op de lijst van bestemmingen, waar Kaminoyama onsen ook onder viel... drie haltes van Yamagata verwijderd, evenals Tendo kostte dit 230 yen. Ik dacht terug aan mijn eerste treinreis naar Yamagata, toen ik pas in Japan was aangekomen. 'Kaminoyama onsen!' kondigde een vrouwenstem onder een vrolijk liedje aan, terwijl we een door bergen omringd stadje passeerden waarboven in de verte een prachtig wit kasteel uittorende. "Als ik tijd heb om rond te kijken, wil ik daar naartoe!" dacht ik. Hieruit blijkt hoe weinig ik mij heb verveeld sinds ik in Yamagata ben aangekomen... inmiddels woon ik hier al vijf maanden. 'Waarom kan je je niet wat meer vervelen Lisanne, waarom kan je niet meer dingen doen zoals ze gaan?' leek de hobbelende trein mij toe te brommen, kruipend door het platteland van Yamagata met zoveel kleine plaatsjes en mooie uitzichten. 'Je hebt hard gewerkt, nu mag je genieten!' lachte de zon mij in mijn gezicht, terwijl mijn voeten uitrustten in een heerlijk warme voetenonsen op de top van de heuvel, naast het imposante witte kasteel waar ik zo graag naartoe wilde, afgeknipte kersenbloesems als versieringen om het bad heen. Ik had prachtig uitzicht over het besneeuwde plaatsje Kaminoyama met zoveel lage huisjes en aandoenlijke straatjes waar je de gekste en leukste dingen kunt vinden, als je maar goed kijkt. Daarachter lagen de wit besneeuwde bergen naast elkaar, met de hoge berg Zao helemaal links. Ik begreep niet waarom niemand mij ooit had aangeraden om hier naartoe te gaan. Als mensen het over Yamagata hebben, hebben ze het altijd over Yamadera, Dewa Sanzan, de bergen Zao en Haguro... En toch is Kaminoyama één van de bijzondere plaatsen die ik tot nu toe heb bezocht in Yamagata. Bij een wandeling door de straten van de rustige stad kwam ik steeds weer nieuwe dingen tegen: oude houten tempels die bijna verzwolgen werden door de sneeuw. Verschillende onsen waar op informatieborden legendes werden uitgelegd over het ontstaan van de hete bronnen, waaronder die van de reizende monnik die op een dag een gewonde kraanvogel vond op de plek waar later Kaminoyama onsen zou ontstaan. Toen kwam ik weer bij een oud samuraihuis dat openstond voor bezichtiging, waar ik wel een hele individuele rondleiding kreeg door een aardige meneer die erg enthousiast was over het feit dat ik de eerste Nederlander was die het huis kwam bezoeken. Hij liet me elke kamer van het huis zien inclusief de prachtige landschapstuin. Hij vertelde over de bouwstijl en de materialen van het huis en over de stevigheid van het huis, waardoor het ondanks vele aardbevingen nog steeds overeind stond. Ook vertelde hij over de strategische ligging van het huis achter het kasteel: als deze aangevallen werd, konden de soldaten het kasteel snel verdedigen. Zittend aan de lage tafel met een kopje thee, kletsten we over van alles. Ik keek in het rond, naar de mooie inrichting, de ruimtelijkheid van het huis, de grote ramen waardoor er veel licht naar binnen viel en we de landschapstuin goed konden zien. Ik kreeg van de meneer een kaart mee met verschillende markeren van plekken in Kaminoyama die nog meer de moeite waard zijn om te bezichtigen. Hij liep met me heen tot aan de poort en met een buiging zeiden we elkaar gedag. Op naar Harusame-an, het oude huis van Takuan Soho, een invloedrijke monnik in de Edo-periode. Het was een klein huis met een mooie tuin eromheen, versierd met sneeuw. Door een lage deur ging ik een bijgebouwtje in, die open noch dicht was en samengesmolten leek de zijn met de tuin eromheen. Ik rustte uit op een bankje in een kleine, open ruimte, vanwaar ik uitkeek op de eenvoudige, mooie tuin. Het was stil. En tegelijkertijd hoorde ik de wind, de vogels, het stromen van het water in de vijver, het druppelen van het water van de smeltende sneeuw op het dak boven mij. Ik hoef nergens heen. En gelukkig gaan de dingen zoals ze gaan.